<
actueel / nieuws

Brief voorzitter commissie Jaarprogramma's Architectuurcentra

21 januari 2013

De regeling Jaarprogramma's Architectuurcentra is per 1 januari 2013 beëindigd. In een brief blikt voorzitter Tom Frantzen namens de commissie terug op een aantal tendensen die zijn geconstateerd bij het beoordelen van de subsidieaanvragen.

Amsterdam, 6 januari 2013

Geacht bestuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie,

Nu de regeling Jaarprogramma's Architectuurcentra wordt beëindigd zou ik graag namens de commissie terugblikken op een aantal tendensen die we hebben geconstateerd bij het beoordelen van de subsidieaanvragen en zaken die van belang zouden kunnen zijn bij het opzetten van de vervangende regeling, de deelregeling Activiteitenprogramma's.

Het belang van de lokale architectuurcentra voor het debat over stad en landschap op lokaal en regionaal niveau wordt nog steeds door de commissie hoog ingeschat. De vele activiteiten die door deze centra in de afgelopen jaren zijn ontplooid, hebben niet alleen een direct publiek aangesproken dat wellicht in absolute aantallen bescheiden lijkt, maar hebben ook een breder effect op de bij het vakgebied betrokken bedrijven en personen gehad. Dit is duidelijk zichtbaar in de mate van cofinanciering die centra in steeds grotere mate hebben weten aan te trekken. Zelfs in de huidige periode zijn veel centra in staat gebleken het relatieve aandeel van co-sponsoring in stand te houden, hetgeen aantoont dat het bereik en de inbedding in verschillende netwerken sterk is.

Een groot aantal jaarprogramma's is in de afgelopen twee jaar goed beoordeeld op samenhang en sloot thematisch goed aan op actuele en lokaal relevante zaken. Waarbij wel wordt opgemerkt dat de architectuurcentra in de grote steden een sterkere antenne voor actuele thema's met een nationaal belang lijken te hebben en de andere architectuurcentra hier later op aanhaken. Een speciale positie wordt ingenomen door Stroom Den Haag dat toonaangevend is gebleken in het ontwikkelen van innovatieve programma's waarin zeer vroegtijdig de relevantie van bepaalde thema's werd onderkend. De commissie betreurt het dan ook dat de financiële continuïteit van dit centrum onder druk lijkt te staan door het wegvallen van de gemeentelijke subsidie. Desondanks heeft Stroom ook dit jaar weer een door de commissie unaniem met plezier ontvangen aanvraag gedaan waarin beroep wordt gedaan op een zeer bescheiden bijdrage van het Stimuleringsfonds.

Natuurlijk zijn er ook uitschieters aan de andere kant van het (financiële) spectrum. Bij een aantal financiële onderbouwingen beklijft het knagende gevoel bij de commissie dat het 'op grote voet' begroten, gekoppeld aan bijbehorende hoge aangevraagde bijdrages, een vorm van zakelijk ondernemerschap is die het culturele doel voorbij schiet.

De commissie vind het erg positief om te zien dat de lokale architectuurcentra elk jaar weer in staat blijken om ondanks een verminderde bijdrage vanuit het fonds toch hun programma's uit te voeren. Dit gebeurt bij het ene centrum professioneler dan bij het andere. De doelstelling om de voedingsbodem voor architectuur en stedenbouw in Nederland zo breed en verspreid mogelijk te verbeteren, wordt ook met de huidige financiële middelen bereikt. Maar de grens is in zicht en de commissie vermoedt dat met het verder versoberen van de mogelijke bijdrages ook de jaarprogramma's van de centra zullen versoberen en dat met name de kleinste centra in hun bestaansrecht geraakt zullen worden, waardoor de landelijke spreiding van architectuur en stedenbouw gerelateerde activiteiten zal verminderen. Met name de architectuurcentra die op dit moment groot en middelgroot te noemen zijn, lijken over voldoende lokale financiële inbedding te beschikken om ook in mindere tijden op relevante wijze actief te blijven.

In de aanvragen voor 2013 zag de commissie een duidelijke invloed van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2012. In de door de lokale architectuurcentra te behandelen thema's besteden zij uitgebreid aandacht aan bottom-up, Do it Yourself en collectieve strategieën. Dit toont naar mening van de commissie het belang aan van de bijdrage die het fonds via de regeling meerjarenprogramma's aan de IABR heeft verstrekt. Ook het jaarlijkse thema van de Dag van de Architectuur blijkt een inspiratiebron voor veel programma's. Het is opvallend hoezeer het thema van 2012 'architectuur en voedsel' weerklinkt in veel activiteiten die in 2013 het thema stadslandbouw belichten.

Vanuit de lokale architectuurcentra zelf zijn er elk jaar thema's die juist vanuit de lokale actualiteit bij meerdere centra tegelijk worden behandeld. Een goed voorbeeld hiervan zijn ingrepen in de zogenaamde bloemkoolwijken, die volop in de belangstelling staan. Los van de steeds vaker optredende samenwerkingsverbanden tussen verschillende centra rijst de vraag in welke mate het fonds actief zou kunnen gaan optreden om gelijksoortige activiteiten bij de verschillende architectuurcentra aan elkaar te koppelen en zo de haalbaarheid en zeker ook de invloed en reikwijdte ervan te vergroten. Het fonds lijkt namelijk de enige partij die overzicht heeft over alle lokaal te ontplooien activiteiten. In een situatie waarin met minder geld dezelfde ambities moeten worden waargemaakt lijkt het, geheel tegen de tijdgeest in, misschien wel zinvol om als fonds iets meer een topdown-benadering te kiezen en als matchmaker of koppelbaas tussen de verschillende centra op te gaan treden.

Met vriendelijke groet,

Tom Frantzen
Voorzitter commissie Jaarprogramma's Architectuurcentra