<
actueel / nieuws

De architectuurcentra in 2010

20 januari 2010

Duurzaamheid, participatie (social design) en stedenbouw zijn thema's die in veel jaarprogramma's terugkomen. De uitwerking verschilt per centrum.

Peter Kuenzli, voorzitter van de adviescommissie van de jaarprogramma's: 'Uit de beoordeling van de jaarprogramma's en de projectaanvragen voor 2010 komt een heel gevarieerd beeld naar voren over de schaal waarop een architectuurcentrum opereert, de inhoudelijke diepgang, de organisatievorm en de financiering.'
'Een aantal centra valt inhoudelijk op. Dit zijn niet automatisch de grotere, professionele organisaties. Ook een aantal kleinere organisaties of centra die op vrijwilligers draaien laten een sterk programma zien. Kwaliteit van coördinatoren maar ook van bestuurders en meedenkers in programmaraden zijn van grote invloed op het inhoudelijke programma en het innovatief vermogen. Bij een centrum dat alleen of overwegend uit architecten bestaat, worden vaak belangrijke thema's gemist. Als bouwende partijen de overhand hebben bestaat het gevaar dat moeilijke kwesties uit de weg worden gegaan en het sociëteitskarakter gaat overheersen. Onze indruk is dat succesfactoren zijn: een enthousiasmerende dagelijkse coördinator met kennis van zaken, betrokken vrijwilligers, professionele bestuurders aangevuld met inhoudelijke mensen en een multidisciplinaire programmaraad. In de organisatie moeten de netwerken bij elkaar komen.'
Wat de commissie heeft verbaasd is dat in een aantal steden, vaak met een uitstekend cultureel klimaat, de architectuurcentra zo weinig onderscheidend zijn. 'Daar zou veel meer mogelijk moeten zijn. Vaak speelt in deze steden mee dat de gemeente niet echt over de brug wil komen met financiële ondersteuning, zoals in Maastricht, Delft, Breda, 's-Hertogenbosch of Alkmaar.'
'Een aantal centra hebben een regionaal werkgebied zoals Ark Friesland, Architectuurcentrum Twente, Ahoi, Schunck en CBK Zeeland. Het is niet eenvoudig om in die gevallen ook werkelijk alle steden en doelgroepen te bestrijken. Schunck doet dat met relatief weinig middelen goed, zelfs over de grenzen heen binnen de Euregio.'