<
actueel / nieuws

'Het klinkt misschien raar, maar werken in Somalië is heerlijk'

30 juni 2016

Meestal zit hij in het buitenland, maar in zijn appartement in Rotterdam voelt hij zich nog altijd thuis. Rogier van den Berg praat er bevlogen over zijn werk voor de Verenigde Naties. Zijn rol: het bevorderen van de ontwikkeling van slimme, duurzame en klimaatbestendige steden: 'Dat we als VN aan tafel zitten helpt vaak om het schijnbaar onmogelijke gedaan te krijgen.'

Dit interview met Rogier van den Berg werd eerder gepubliceerd in tijdschrift Blauwe Kamer, maart 2016.
Tekst: Marieke Berkers / Foto: Christiaan Krouwels


Er staat een babybox in de hotelkamer waar stedenbouwer en architect Rogier van den Berg (1975) verblijft. Hij is nog niet zo lang geleden vader geworden – je zou verwachten dat iemand die ook nog eens de hele wereld over reist flinke wallen onder zijn ogen had. Niks is minder waar. Van den Berg vertelt vol energie over zijn enerverende baan bij de Verenigde Naties. 'Maar', begint hij, 'het was wel wennen dat je altijd beschikbaar moet zijn in zo'n internationale organisatie. Je werkt met mensen in verschillende tijdzones. Soms krijg een mailtje of je binnen twee uur even de actuele toestand van een bepaalde stad wilt doorgeven – ook al is het voor jou midden in de nacht.'

Overigens is de ruimte waar Van den Berg en zijn gezin verblijven geen hotelkamer. De units in de Rotterdamse B-Tower van architect Wiel Arets worden verhuurd voor kort verblijf. Je kunt er slapen, koken en werken aan een grote werktafel. Een perfecte omgeving voor een VN-medewerker die het grootste deel van zijn tijd rond de wereld vliegt. We kijken uit op de Lijnbaan. Zo is Van den Berg toch weer even in zijn geliefde Rotterdam, de stad waar hij jarenlang woonde en werkte.

Zes weken
In 2013 ging het roer om. Toen besloten Rogier van den Berg en zijn compagnon Daan Zandbelt na tien jaar te stoppen met hun bureau Zandbelt&vandenBerg. Van den Berg begon twee nieuwe bureaus: SmartCityStudio en SmartCityArchitects. De eerste gericht op de ontwikkeling van nieuwe concepten voor slimme steden, de laatste voor de vertaling daarvan in gebouwen en stedenbouwkundige projecten. Maar tijd om projecten te draaien had Van den Berg amper. 'In diezelfde periode aanvaardde ik de baan bij de VN en binnen zes weken vertrok ik naar Nairobi.' Hij woont er met vrouw en zoon en leidt een snelgroeiend team van een man of twaalf. 'Tegelijkertijd werken we over de hele wereld met zo'n honderd mensen. Twintig daarvan nemen deel via een programma van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.' De kick-off van dit programma is de reden dat Van den Berg in Nederland is. In het programma werken architecten, stedenbouwers en landschapsarchitecten een jaar lang in een internationaal en multidisciplinair team aan opgaven in steden als Khuza'a in Gaza of Yangon in Myanmar. 'Omdat ze onderdeel zijn van mijn programma hoeven deze ontwerpers niet zelf de situatie in die landen uit te vogelen. Op deze manier kunnen ervaren ontwerpers makkelijk instappen in bestaande projecten en die zo in een stroomversnelling brengen.'

Vertalen in concrete projecten
Van den Berg werkt voor UN-Habitat (United Nations Human Settlements Programme) en leidt daar een programma voor de ontwikkeling van duurzame steden. UN-Habitat gebruikt ruimtelijke ordening om economische, juridische, sociale en ecologische aspecten van stedelijke ontwikkeling in samenhang te vertalen in concrete projecten. 'De stedelijke projecten passen in het streven naar compacte, geïntegreerde en verbonden steden, die bestand zijn tegen klimaatverandering. Implementatie van plannen staat bij ons centraal. Daarom is er ook veel aandacht voor wetgeving en financiële instrumenten.

Van den Berg voert zodoende een uitzonderlijke ontwerppraktijk. Zijn opdrachtgevers zijn vooral burgemeesters van grote steden en ministers uit verre landen. De complexe problemen en het werken in een logge en politiek getinte organisatie als de Verenigde Naties lijken Van den Berg nauwelijks te deren. Relativerend: 'De VN is als een grote universiteit, je moet er je weg vinden tussen alle kennis en belangen.'
UN-Habitat heeft inmiddels met meerdere steden een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de opzet van plaatselijke stadslaboratoria. 'We geven concrete antwoorden op concrete vragen', benadrukt Van den Berg het hapklare karakter van zijn taak. Betekent dit dat hij zelf geen stedelijke vraagstukken op de agenda zet? Hij schudt zijn hoofd. 'We zijn niet passief. Vragen komen direct van bijvoorbeeld burgemeesters, maar we krijgen ook advies van onze lokale kantoren, die goed zicht hebben op de specifieke opgaven. Zoals in Haïti waar UN-Habitat helpt bij het in goede banen leiden van de explosieve bevolkingsgroei na de aardbeving van 2010. Van den Berg: 'In een aantal sessies met de overheid, de private sector, ngo's, planners en bewoners zijn de economische, ruimtelijke, sociale en duurzaamheidsvraagstukken in kaart gebracht. De sessies hebben een dialoog tussen allerlei partijen op gang gebracht. De samenwerking kan leiden tot een breed gedragen strategische visie.' Het politieke karakter van de VN zit niet in de weg, maar helpt juist om zaken voor elkaar te krijgen. 'UN-Habitat is in politiek gevoelige situaties een neutrale partner.'

Waar nieuwkomers neerstrijken
Van den Berg wil laten zien dat planning en ontwerp kunnen bijdragen aan de economische vooruitgang van een stad. 'Met goede plannen kunnen we het leven van mensen verbeteren. Daar kun je veel partijen – waaronder potentiële financiers – van overtuigen.' In Accra in Ghana werkt Van den Berg met zijn team aan een uitbreidingsplan. De prognose is dat de Ghanese hoofdstad de komende tien jaar groeit van ongeveer 2,5 miljoen naar 4,2 miljoen inwoners. De delen waar nieuwkomers neerstrijken groeien ongestructureerd. 'Daardoor is er geen behoorlijk openbaar vervoer en hebben mensen geen toegang tot de locaties waar werkgelegenheid is. Planning is noodzakelijk voor het beheersen van menselijke en economische risico's in overstromingsgevoelige gebieden waar ongebreidelde stedelijke groei plaatsvindt. Segregatie en isolatie blokkeren mogelijkheden voor nieuwe, vaak jonge stedelingen om zichzelf en daarmee de stad te ontwikkelen. Wij streven naar een gemengde stedelijke ontwikkeling van zowel wonen als werken en voor verschillende inkomensgroepen met ruimschoots openbare ruimte en vervoer.'

Veel steden in ontwikkelingslanden groeien in enorm lage dichtheden. Dit veroorzaakt hoge kosten voor infrastructuur en heeft grote impact op het klimaat en het landbouwareaal om de stad. Los dat maar eens allemaal op in landen waar regelgeving dikwijls tekortschiet. Van den Berg: 'Dat we als VN aan tafel zitten helpt vaak om het schijnbaar onmogelijke gedaan te krijgen. Wij hebben toegang tot alle lagen van politieke besluitvorming. De uitbreiding van Accra is onlangs door de regering benoemd tot nationale prioriteit. Met zo'n status kunnen we nieuwe principes testen en snel implementeren.'

Trainen van lokale experts
Een kijkje in het portfolio van UN-Habitat leert dat het niet altijd gaat om een visie of een plan. 'Soms hebben we de rol van supervisor, soms brengen we een proces op gang waardoor een herziening van de regelgeving sneller verloopt', licht Van den Berg toe. In Myanmar ligt de nadruk op het trainen van lokale experts in de methodiek van planning en stedenbouw die UN-Habitat voorstaat. 'Zo is op lokaal niveau meer kunde ontstaan waardoor plannen sneller worden omarmd.' De richtlijnen die UN-Habitat samen met Myanmar ontwikkelde worden de komende jaren toegepast bij 84 uitbreidingen van kleinere steden in het land.

Het klinkt allemaal lovenswaardig en ambitieus, maar Van den Berg werkt naast landen met middeninkomens ook in gebieden die kampen met oorlog, hongersnood, armoede of corruptie. In hoeverre kunnen ontwerpers en planners ook daar verschil maken? Het risico dat het bij praten en plannen blijft lijkt groot. Op dit punt is Van den Berg fel: 'Ik wind me op als vakgenoten de VN alleen afrekenen op implementatie en gerealiseerde projecten. Goede stedenbouw is complex en gaat niet over één nacht ijs. Noordwest-Europa kan het zich veroorloven om plannen te maken én uit te voeren omdat daar de politieke, financiële en beleidsmatige omstandigheden gunstig zijn. In landen waar wij werken zijn die randvoorwaarden nog veel minder aanwezig. Toch worden wij geacht om snel resultaat te boeken. We zijn daarbij altijd afhankelijk van het leiderschap van de lokale partner.'

Gevraagd naar een succesverhaal noemt Van den Berg Johannesburg. Daar maakte zijn team met een gedreven stadsbestuur en lokale partijen het 'Stadplan 2040'. Dit ligt nu ter inzage en zal na goedkeuring in april 90 procent van de publieke investeringen in de komende tien jaar in Johannesburg bepalen. Deze investeringen zijn direct gekoppeld aan zes sleutelprojecten voor onder andere het openbaar vervoer, de transformatie van een mijngebied en de revitalisering van het centrum.

Met zandzakken bewaakt hotel
Bij het maken van plannen voor oorlogsgebieden rijst de vraag of stedenbouwers en planners niet beter kunnen wachten tot een conflict afgelopen is voordat ze aan het plannen slaan. Is het wel zinvol om in het onrustige Somalië te werken aan scenario's voor duurzame ontwikkeling? Van den Berg glimlacht: 'Het klinkt misschien raar en ik verbleef daar in een met zandzakken bewaakt hotel, maar werken in Somalië is heerlijk. In conflictgebieden is de betrokkenheid juist heel groot. Mensen zijn gedreven om iets van hun land te maken en kampen met alledaagse problemen waar elk ander stadsbestuur ook mee kampt. In bijvoorbeeld Somaliland (het zelfverklaarde onafhankelijke westelijke deel, M.B.) werken we aan de uitbreiding van het stadje Gabiley. Dit snelgroeiende stadje heeft een zeer jonge bevolking en ligt op een internationale route tussen het nabijgelegen Ethiopië, de haven en andere steden. Niemand heeft hier echt ervaring met het definiëren en uitvoeren van een grootstedelijk project. Wij assisteren in de planvorming en het selecteren van uitvoerbare projecten. Zo steunen we de samenwerking tussen allerlei partijen bij de ontwikkeling van een gemengd woon-werkgebied langs een internationale route.'

Over grenzen heen
Van den Bergs belangstelling voor internationale ontwikkelingen komt niet uit de lucht vallen. 'Halverwege mijn loopbaan brak de economische crisis uit en moest je als architect je horizon verbreden. Toen ben ik naar Brazilië gegaan. Ook in mijn rol als hoofd stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam keek ik over grenzen heen. Mijn taak was om internationale vraagstukken binnen de academie te krijgen, bijvoorbeeld in een lezingenreeks over de rol van de geopolitieke besluitvorming in het stedenbouwkundige proces.'
Wat zou hij de huidige ontwerpstudenten willen meegeven? 'De enige manier om aan opgaven te werken in delen van de wereld waar planning ontbreekt, is door ernaar toe te gaan en heel goed te kijken, te praten met betrokkenen. Vertrouw nooit een kaart. Informatie verkrijgen over landposities en eigenaarschap is moeilijk. Steden hebben een geschiedenis. Land is verdeeld om bepaalde historische redenen. De kaart vertelt je daar niks over. En besef een ding: je weet altijd minder dan de bewoners.'


Wie is Rogier van den Berg?
Architect en stedenbouwer Rogier van den Berg geeft sinds 2014 leiding aan het door hem opgezette Urban Planning and Design Lab van UN-Habitat in Nairobi. Dit lab werkt aan stedelijke projecten in meer dan veertig steden in Zuid-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Het stadslab in Nairobi is de start van een wereldwijd netwerk van stadslaboratoria waarin met internationale en lokale specialisten stedelijke plannen en projecten zullen worden ontwikkeld.

In 2001 studeerde Van den Berg af als architect aan de TU Delft. Van 2003 tot 2013 was hij partner bij Zandbelt&vandenBerg, dat bekend werd met metropolitane strategieën maar ook met stedelijke transformaties zoals de Coolhaven in Rotterdam – en door hun werkwijze 'villa in de duinen' (2008). In 2013 startte Van den Berg SmartCityStudio.com gericht op concept en ontwerp voor slimme steden. Van 2001 tot 2007 werkte hij als docent en onderzoeker aan de faculteit bouwkunde aan de TU Delft, daarna was hij van 2008-2012 hoofd stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. In deze periode initieerde Van den Berg Stedenbouw.NU, een nationale prijs voor het beste afstudeerwerk in stedenbouw en landschapsarchitectuur.

Naast zijn werkzaamheden bij de Verenigde Naties werkt Van den Berg samen met zijn vrouw Heidi Klein onder de naam 'BERG architects' aan binnen- en buitenlandse architectuur en stedenbouw.