<
actueel / nieuws
  • Foto: Dakpark Rotterdam door Frank Hanswijk

Interview met Justus Uitermark, socioloog en onderzoeker

06 augustus 2017

Socioloog en onderzoeker Justus Uitermark heeft zich verdiept in het fenomeen zelforganisatie. Het is zowel een inspirerend ideaal als een grillig gegeven.

'Het middenveld wordt steeds dynamischer, vluchtiger.' De twee termen die wetenschappelijk onderzoeker Justus Uitermark gebruikt, verraden direct dat je deze ontwikkeling positief dan wel pessimistisch kunt opvatten.

De vaart in het vroeger zo stabiele middenveld wordt teweeggebracht door twee nauw met elkaar verknoopte verschuivingen. De een is van financiële aard: de overheid kiest in toenemende mate voor incidentele projectsubsidies in plaats van structurele subsidies. De ander van maatschappelijke aard: je ziet in het middenveld het zwaartepunt verschuiven van organisaties naar initiatieven.

In de stadsontwikkeling zijn beide fenomenen redelijk vertrouwd. 'Financiering via aanjaag- en opstartsubsidies passen bij de wereld van architecten en ontwerpers. Zij doen voortdurend mee aan prijsvragen en zijn gewend aan werken op projectbasis', zegt Uitermark.

Deze vorm van financiering brengt zeker dingen in beweging. Ambtenaren en buurt zijn blij met positieve aandacht. Maar er is ook een negatief aspect. De politieke angel verdwijnt uit het middenveld als er alleen ondernemers zijn die hun meerwaarde willen bewijzen. Je hebt stevige organisaties nodig die opkomen voor hun leden, en hun legitimiteit en financiële basis vinden in lidmaatschappen. Voor sommige zaken heb je simpelweg langdurige aandacht nodig, en ook de overheid.

'Zelforganisatie is bijzonder gelaagd. Er is altijd een harde kern, of het nu een vakbond betreft, een groep hackers, of een stadslab.'


presenteren
'De gedachte is dat initiatieven na aanvankelijke steun op eigen benen kunnen staan. In ons onderzoek zien we terug dat het meestal niet zo werkt. We zien dat projecten en initiatiefnemers opeenvolgende, kortlopende subsidies of contracten aaneenrijgen. Dat betekent dat veel energie gaat zitten in de aanvragen. Elk initiatief moet zichzelf voortdurend presenteren aan de buitenwereld. Bij iedere nieuwe financiële ronde moet je laten zien dat je die injectie verdient. In zekere zin hangt ook je bestaan en je gevoel van eigenwaarde ervan af. Veel ruimte voor kritiek of reflectie is er niet.'

Kortom, het gaat altijd fantastisch, want anders gaat het helemaal niet. 'Er heerst', zo formuleert Uitermark, “een chronisch optimisme”, omdat initiatieven zich voortdurend moeten bewijzen aan de buitenwereld. Voor organisaties met solide financiële positie en een achterban is die noodzaak minder urgent.'

goede marketing
Burgerinitiatieven en stadslabs hebben een goede pers. Qua marketing zit het wel goed. Toch is het ook duidelijk dat initiatieven vaak niet de hele buurt bereiken.

Uitermark: 'Zelforganisatie is bijzonder gelaagd. Er is altijd een harde kern, of het nu een vakbond betreft, een groep hackers, of een stadslab. Dit zijn de initiatiefnemers, de mensen die er samen voor gaan. Om deze harde kern vormt zich een binnenschil van goede bekenden en toegewijde supporters. Bij grote initiatieven groeit hier nog een buitenschil omheen, een achterban van bezoekers of andere van afstand betrokkenen. Vaak is de groep initiatiefnemers homogeen en hecht. Die groep probeert dan vaak wel het initiatief opener en diverser te maken, maar dat kan ten koste gaan van het gevoel van eigenaarschap en verwantschap. Ik heb de indruk dat nu vaak te hoge eisen worden gesteld aan initiatieven: ze moeten gedreven worden door gedeelde passie, maar ook representatief zijn.'

'Ik heb de indruk dat nu vaak te hoge eisen worden gesteld aan initiatieven: ze moeten gedreven worden door gedeelde passie, maar ook representatief zijn.'


lange adem
In de lange termijn schuilt waardering. 'Het helpt als je het vooruitzicht hebt dat als je het goed doet je plek beklijft. Stadslabs doen in feite een durfinvestering in een plek. Het is kwalijk als een initiatief met warmte ontvangen wordt, maar te maken krijgt met kilheid als ze daadwerkelijk iets vragen.'

De projectfinanciering ontbeert een lange adem, het creëert een permanente conditie van tijdelijkheid en lokaliteit. Hij ervaart het zelf in de praktijk van financiering van wetenschappelijk onderzoek. 'Ik word afgerekend door subsidiegevers op wat ik als resultaat beloofd had. Maar misschien heb ik in die jaren onderzoek betere dingen gevonden. Het lineaire afrekenmechanisme doet geen recht aan de grote dynamiek in het verloop van een project.'

Dynamiek die ook de stadslabs tekent. Uitermark verwijst naar het voorbeeld van het Dakpark op het platte dak van Bigshops aan de Rotterdamse Vierhavenstraat. Vijftien jaar hebben bewoners geïnvesteerd in dit duurzame park en dan dient McDonald's zich aan. De hamburgergigant mag een vestiging in de bedrijfsruimte onder het park openen. De dakmakers protesteren: dit druist in tegen het ideaal van het groene dak.

Over dynamiek gesproken. Hier valt een dubbel pragmatisme op: de overheid heeft weinig boodschap aan het karakter van het dakpark als zich een opportunity voordoet. De dakmakers slagen er in de 'schade' te beperken (één schoorsteen door hun dak in plaats van drie) en knopen vervolgens relaties aan met de uitbater. 'Genoeg hier over', schrijven zij op de website. 'Nu bedenken wat de McDonald's en wij in de zomer voor elkaar kunnen gaan betekenen.'

Tekst: Marijke Bovens
Foto: Dakpark Rotterdam door Frank Hanswijk