<
actueel / nieuws

Leren improviseren

15 maart 2011

'Miljardenstrop in nieuwbouw' kopte NRC Handelsblad vorig weekend in haar economiebijlage (1). De luchtbel van opgeblazen nieuwbouwplannen loopt leeg. Driekwart van alle ontwikkelingsprojecten stagneert of is stilgelegd. De afwaardering van grondposities en vastgoedportfolio's gaat met tientallen miljoenen tegelijk. Alle direct betrokkenen komen in financiële problemen: gemeenten, stedenbouwers en architecten, ontwikkelaars en aannemers. En de gevestigde partijen zijn het er langzamerhand wel over eens dat het anders moet. Maar hoe?

Het ministerie van Infrastructuur & Milieu komt nog voor de zomer met nieuw beleid ten aanzien van Mobiliteit en Ruimte. Veel bij de gebiedsontwikkeling betrokken partijen leveren gevraagd en ongevraagd input in de vorm van cijfers en toekomstperspectieven. De oplossingsrichtingen variëren. Er zijn de gebruikelijke pleidooien voor meer realisme; lees versobering. Maar steeds meer partijen roepen op om vooral te innoveren en te experimenteren: met multifunctionele programma's, efficiënter inrichten van processen, slimme financieringsconstructies en het verminderen van regelgeving.

Onbegrensde wereld
Gezien met de afstandelijke blik van socioloog Hans Boutellier ligt de koers al grotendeels vast (2). Volgens hem zal het niet lukken om binnen de landsgrenzen de ruimtelijke inrichting keurig te koppelen aan geordende processen. We maken immers steeds meer deel uit van de onbegrensde, globale ruimte. Bovendien missen we een gedeelde mentale of normatieve ruimte: een gemeenschappelijk verhaal over de richting waarin de samenleving zich moet ontwikkelen ontbreekt. In een netwerksamenleving is de sociale orde vloeibaar, complex en veranderlijk.
Stadsontwikkeling omvat veel, wat Boutellier noemt, 'wicked problems' . Dit zijn complexe vraagstukken waarbij de condities, evenals de ideeën over oplossingsrichtingen, steeds veranderen. Daarom is het lastig er beleid voor te formuleren. Maar het volledig loslaten van de ruimtelijke ordening staat haaks op de Nederlandse traditie. Bovendien behoeft ook een netwerksamenleving wel degelijk sturing, omdat het netwerk gaten en spanningen vertoont, rafelranden kent en er groepen zijn die er buiten dreigen te vallen.

Improviseren
Boutellier betoogt dat deze improvisatiesamenleving niet hiërarchisch en centralistisch bestuurd en vernieuwd kan worden. Hij voorziet dat individuen, organisaties en bedrijven voortdurend zullen moeten improviseren om hun doelstellingen en verlangens te verwezenlijken. Continue afstemming tussen de 'knopen' in het driedimensionale, complexe netwerk is daarbij onvermijdelijk. Wanneer dit alleen gebeurt op basis van pragmatisme, kunnen we leren van good practices en van evidence based policy. Kijk maar naar Rotterdam, zegt wethouder Hamit Karakus (3). Die stad experimenteert op allerlei vlakken en slaagt er in, ook in crisistijd, een groot deel van de geplande woningen te realiseren in de binnenstad.

Cultuur maken
Improviseren heeft ook positieve kanten, aldus Boutellier. Hij schetst de aantrekkingskracht van het improviseren, van het plezier dat gepaard gaat van deelname aan het produceren van iets nieuws dat voor de deelnemers van betekenis is. In de improvisatiesamenleving gaat het ook om het kunnen verbeelden van een mogelijke toekomst, om het schetsen van verhalen en het maken van een omgeving waarin we ons herkennen, om het duiden van een samenleving waar we bij willen horen, om cultuur dus.

1. 'Miljardenstrop in nieuwbouw. De aanleg van nieuwe wijken is onbetaalbaar geworden, behalve in Rotterdam', Steven Hendriks. NRC Handelsblad 5/6 maart 2011, p. 15
2. Hans Boutellier, De improvisatiemaatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld, Den Haag 2011
3. 'Stagnatie op de markt? Rotterdam heeft de oplossing. De gemeente zet de eerste stap bij stadsvernieuwing en lokt projectontwikkelaars met eenvoudige procedures', NRC Handelsblad 5/6 maart 2011, p. 15