<
actueel / nieuws

Next Level sessie III - Winkelgebieden in transitie

01 april 2015

Terugblik op sessie III tijdens de Next Level bijeenkomst: Onder leiding van Ad de Bont wordt geconcludeerd dat de transitie van winkelgebieden een andere rol van de ontwerper vraagt. Een waarin niet altijd een ruimtelijk ontwerp aan te pas komt, maar ook het regisseren van processen en organiseren van de juiste allianties.

Artikel door Vers Beton:

Technologische ontwikkelen zorgen ervoor dat we anders winkelen en recreëren dan vroeger. Als gevolg daarvan worstelen veel Nederlandse winkelgebieden met teruglopende bezoekersaantallen en leegstand. De projecten in de sessie 'winkelgebieden in transitie' gingen daarom op zoek naar het winkelgebied van de toekomst.

Winkelgebieden hebben het moeilijk. Ze zuchten en steunen onder de gevolgen van de economische crisis, maar nog veel ingrijpender is de opkomst van het online winkelen. Winkelgebieden hebben hierdoor niet meer de vanzelfsprekende aantrekkingskracht die ze vroeger hadden en kampen met teruglopende bezoekersaantallen en structurele leegstand. Tegelijkertijd bieden diezelfde technologische ontwikkelingen winkelgebieden misschien een kans zichzelf opnieuw uit te vinden. Precies in dit spanningsveld opereren de projecten die zich in deelsessie 3 verzameld hebben.

'De analoge winkelstad in tijden van digitale euforie' van Archibliq stelt de vraag: als retail zo krimpt dat het niet meer het straatbeeld hoeft te domineren, hoe zou de binnenstad er dan idealiter uitzien? Olivier Vet (Studio Bliq/Archibliq): “Wij onderzoeken wat er gebeurt als je de fysieke winkelstraat combineert met de intelligentie van de digitale winkelstraat. Hierbij denken we vooral in scenario's, niet in een eindbeeld.” Een belangrijke vraag is wie de nieuwe stakeholders zijn in het toekomstige winkelgebied. Vet: “Het lijkt een kwestie van tijd voordat bijvoorbeeld Google samen met Ikea een winkelstraat gaat exploiteren. Google weet meer van ons dan onze levenspartners, dus wat zijn dan de consequenties? ”

Nieuwe spelers
Ook de andere projecten onderkennen het belang van het vormen van nieuwe allianties bij het maken van de stad. Het project Merkenstedenbouw van Pop Up City richt zich op een specifieke combinatie van partijen: privaat en publiek. Initiatiefnemer Wigger Verschoor: “Over de grens zien we heel vaak dat private en publieke partijen samenwerken in het fysieke veld. Waarom gebeurt dat in Nederland niet?” Een voorbeeld is de bank Barclays, dat in Londen een hoofdfietsroute ontwikkelde. Goed voor de stad en goed voor Barclays, dat zo op een positieve manier zichtbaar is in de publieke ruimte.

Pop Up City onderzoekt of ze in Nederland ook zo'n soort project - waarbij een private partij vanuit marketingoogpunt bereid is te investeren - kunnen initiëren. De grootste hobbel lijkt het wederzijds vertrouwen. Commerciële partijen en publieke partijen bevinden zich in twee verschillende werelden. Verschoor: “Private partijen willen de garantie dat hun investering van waarde zal zijn en dat zij kunnen rekenen op een overeenkomst. Dat zijn garanties die publieke partijen vaak niet kunnen geven.”

Het project Making the Civic City van NPK Design richt zich op een andere groep: de stadsbewoners zelf. Door alle technologische vooruitgang is er veel meer informatie beschikbaar die bepalend zou kunnen worden voor de inrichting van de stad, maar hoe kunnen burgers daar invloed op uit oefenen? Iskander Smit: “In ons project vragen we ons welke mogelijkheden de smart city burgers biedt om actief betrokken te zijn bij de vormgeving van hun leefomgeving.”

Het onderzoeksgebied is Woensel-West, een opkomende wijk in Eindhoven, waar de onderzoekers van start gegaan zijn met een brainstorm met wijkbewoners. Dit leverde uiteenlopende ideeën op, van een digitale paal in het midden van de wijk tot een centraal ophaalpunt voor online bestelde goederen. Het project zit nu in de fase waarin verschillende interventies gemaakt en getest gaan worden. De financiering is daarbij de voornaamste uitdaging: hoe krijgt het team de commerciële partijen, zoals Bol.com en Peerby, zover dat ze de prototypes ook echt gaan financieren?

Tussen tafellaken en servet
Uit de onderzoeken blijkt dat de opgave vooral ligt in de middelgrote steden. De ketens trekken zich terug naar de grote steden en de dorpen redden zich uiteindelijk ook wel. Het zijn vooral steden als Heerhugowaard en Helmond waar voldoende kritische massa ontbreekt. Daarnaast concurreren ze vaak met andere steden in de regio. Iskander Smit: “Steden staan vaak te springen als Primark langskomt, terwijl dat soort winkels de binnenstad op termijn uithollen. Als de consument daartegen in opstand komt zou dat wel wat uitmaken. Met ons onderzoek proberen we dus ook een soort mentaal eigenaarschap te ontwikkelen.”

Naast gemeentes die wat al te star vast dreigen te houden aan gedateerde ambities blijken ook ondernemers soms moeilijk benaderbaar. Terwijl zij degenen zijn die de transitie uiteindelijk moeten gaan maken. Jan de Waal van Platform de Nieuwe Winkelstraat, een initiatief van een brede coalitie van landelijke partijen met als doel winkelgebieden bestendiger te maken: “Wij zien dat ondernemerscollectieven doodgegooid worden met allerlei initiatieven. Maar zelf zijn ze vaak helemaal niet goed georganiseerd. Als je echt iets wil veranderen zal je die collectiviteit moeten organiseren.”

De architect als procesmanager?
De transitie van het winkelgebied lijkt kortom vooral een kwestie van het proces regisseren en de juiste allianties te organiseren. Ligt hier dan nog wel een rol voor de ruimtelijk ontwerper? Ja, zo luidt de conclusie van deze sessie, maar die rol is wel een compleet andere dan voorheen. In plaats van het ontwerpen van winkelcentra zullen ontwerpers experts moeten worden in het bouwen van allianties en het vormgeven van processen. Soms komt daar ook ruimtelijk ontwerp aan te pas, en soms niet. Het onderzoek in Woensel-West heeft die ruimtelijke component bijvoorbeeld wel. Iskander Smit: “De ideeën die vanuit de wijk kwamen waren allemaal ruimtelijk. Maar over die ideeën hebben wij nog wel een mening.” Het is dus aan de ontwerpers daar een goede ruimtelijke vertaling van te maken. Smit: “Want precies weten wat de behoeftes zijn, levert nog niet direct de beste stad op.”

Sereh Mandias