<
actueel / nieuws

Next Level sessie IV - Nieuwe organisatievormen

31 maart 2015

Terugblik op sessie IV tijdens de Next Level bijeenkomst: Onder leiding van Edwin Oostmeijer werd duidelijk dat veelal kleinschalige initiatieven met draagvalk in collectieve organisatievormen een grote sociale en maatschappelijke meerwaarde hebben. De ruimtelijke vertaling die hieruit voortvloeit onderscheidt zich van meer topdown ontwikkelprocessen uit de periode voor de crisis. Het 'next level' van deze projecten bestaat uit het bereiken van een nieuw evenwicht tussen traditionele partijen en experimentele praktijken.

Artikel door Vers Beton:

Het initiëren en plannen van ruimtelijke ontwikkeling wordt naast gemeentelijke diensten steeds meer door andere partijen gedaan. In steden, dorpen en regio's organiseren collectieven van particulieren, professionals, ontwerpers en nieuwe opdrachtgevers zich in de vorm van stadslabs om aan urgente ruimtelijke opgaven te werken. Hoe kunnen de projecten doorgroeien naar een volgend niveau, waar liggen de kansen en welke knelpunten doen zich voor?

Ondanks de tropische temperaturen buiten zijn er meer belangstellenden op Sessie 4 afgekomen dan op voorhand werd verwacht. Tot tweemaal toe moet er een stoel uit een naastgelegen ruimte worden bijgehaald om alle aanwezigen van een goede zitplek te voorzien. Onder hen zijn vertegenwoordigers van door het Stimuleringsfonds ondersteunde voorbeeldprojecten: Stadslab BSH uit Amsterdam, Stadsklas 2015 uit Den Haag, Stadslab Roermond uit Roermond en Digitaal Polderlab uit de Zuiderzeepolders. Na wat heen en weer geschuif maakt iedereen onderdeel uit van de kring en kan de sessie beginnen.

Meerdere initiatieven, één verhaal
Na een korte introductie van gespreksleider Edwin Oostmeijer, zelfstandig projectontwikkelaar van beroep, krijgen de vier projecten de kans zich te introduceren en vragen te stellen aan het publiek. Frank Alsema, kwartiermaker van Stadslab BSH, mag beginnen. BSH is een afgeleide van Buiksloterham, een industriegebied annex bedrijventerrein in Amsterdam Noord dat in de komende decennia wordt omgevormd tot een gemengd woon/werkgebied. Toekomstige bewoners zijn samen met creatieve professionals van start gegaan met verschillende initiatieven die moeten bijdragen aan de circulaire wijk Buiksloterham. Stadslab BSH biedt al deze initiatieven een platform en probeert ze met elkaar te verbinden. Een complex en lastig verhaal, aldus Alsema, omdat in één gebied meerdere systemen naast elkaar bestaan. Hij vraagt zich dan ook hardop af hoe zoiets het best gecommuniceerd kan worden naar de buitenwereld toe.

De rol van de lokale overheid
Dat al die initiatieven in Buiksloterham de afgelopen jaren de ruimte kregen om te experimenteren, is te danken aan de crises. Maar hoe kunnen zij blijven bestaan nu het grote geld van de ontwikkelaars weer in aantocht is? En welke rol kan de gemeente hierin spelen? Het zijn vragen die ook spelen bij de andere projecten. Vooral de relatie tussen de nieuwe organisatievormen en de lokale overheid blijkt een belangrijk punt van aandacht. Alexander Augustus van Stadslab Roermond, een platform en kennisnetwerk dat zich richt op de gebouwde omgeving van Roermond, vertelt dat de manier waarop hij en zijn partners professionaliteit nastreven niet goed samengaat met de werkwijze van de gemeente. Er wringt volgens hem wat in de communicatie. De gemeente denkt meer in beperkingen en minder in kansen. Hoe moet er worden omgegaan met zo'n belemmerende factor? Ontwerper Miranda Reitsma van het Digitaal Polderlab herkent dit probleem. Zij stelt dat de lokale overheid er in het algemeen is om beleid te ontwikkelen, maar dat tegelijkertijd, dankzij de crisis, de particuliere initiatieven geacht worden met creatieve oplossingen te komen. Waar komen die twee organisatievormen samen?

Onderzoek en kennisoverdracht
Reitsma kaart nog een andere kwestie aan. Het Digitaal Polderlab waar zij voor werkt, opereert in de Zuiderzeepolders – een bijzonder gebied dat oorspronkelijk volkomen planmatig en topdown is ontwikkeld. Die tijden zijn niet meer. Om erachter te komen wat er is veranderd, doet het Polderlab onderzoek naar (nieuwe) maatschappelijke krachten. Zo werden een aantal agrariërs geïnterviewd over hun kijk op het leven in de polder. Hoe lossen zij hun zaken op? Een soortgelijk onderzoek werd gedaan in de Zuiderzeewijk in Lelystad, waar bewoners te kampen hebben met achterstallig onderhoud. Hoe lossen zij hun problemen op? Het Polderlab heeft op deze wijze kennis aangeboord en gevisualiseerd. Maar wie is eigenaar van die kennis? En wat moet er mee worden gedaan?

Kennisoverdracht is een topic waar Stadklas 2015 zich ook mee bezighoudt, zij het op een ietwat andere manier. Stadsklas 2015, een initiatief van Stroom Den Haag, richt zich niet op een bepaald gebied maar op de persoon die zich daar mee bezig gaat houden. Het is een onderzoek in de vorm van een cursus, opgezet als een learning by doing-programma over vaardigheden die nodig zijn om de stad op andere manieren tot ontwikkeling te brengen. Maar wat zijn die vaardigheden en hoe kun je ze benoemen?

Hoe nu verder?
Eenduidige antwoorden op de vragen worden tijdens de sessie niet gegeven, wel dragen de aanwezigen suggesties aan om de vier projecten in de goede (denk)richting te duwen. Zo geeft Willemijn Lofvers het voorbeeld van Engeland, waar het denken vanuit communities traditiegetrouw veel gewoner is. Met welk zelforganiserend vermogen werken de gemeenschappen daar? Hoe bundelen zij opgedane kennis en ervaring?
Het kringgesprek gaat alle kanten op. De rode draad van de middag wordt gevormd door de noodzaak om alle verschillende partijen en disciplines bij elkaar te brengen. Iedereen is onderdeel van het stadslab, aldus Frank Alsema, ook de gemeente en de ontwikkelaars. De worsteling met de lokale overheid kan volgens Myrna Spil ook worden omgedraaid: de gemeente weet net zo goed niet hoe het moet omgaan met al die nieuwe organisatievormen. Er zijn goede bemiddelaars nodig die iedereen bij elkaar kunnen brengen, die de overlap in belangen kunnen vatten.

Concluderend kan er gesteld worden dat we in een overgangsperiode zitten waarin volop geëxperimenteerd wordt en waarin iedereen zijn comfortzone verlaat en elkaar opzoekt. Het borrelt van de nieuwe energie en die geest is moeilijk terug de fles in te krijgen. De oude situatie van voor de crises komt dan ook niet meer terug, daarvoor is er teveel in beweging gezet. Waar die beweging eindigt, is echter nog niet te voorspellen. Wat er ondertussen van de nieuwe organisatievormen wordt verwacht? Blijf betrokken, wees vastberaden en formaliseer niet - het moet te allen tijde om de inhoud gaan.

Clint van der Hartt