<
actueel / nieuws

Next Level sessie V - Zelforganisatie in de Zorg

31 maart 2015

Terugblik op sessie V tijdens de Next Level bijeenkomst: Onder leiding van Arianne van Dijk wordt duidelijk dat veel initiatieven rondom zelforganisatie in de zorg locatiespecifiek zijn. De initiatiefnemende partijen en samenwerkingsvormen zijn nieuw en er heerst onzekerheid of deze nieuwe vormen van ontwikkeling van tijdelijke of blijvende aard zijn. Het terugvallen op oude zekerheden en constellaties ligt op de loer en lijkt het vertrouwen in een gezamenlijke toekomst in de weg te staan. Het blijft zoeken naar een volgende stap, en het 'next level' is alleen stapje voor stapje te bereiken.

Artikel door Vers Beton:

Met ingang van de wetswijzigingen voor de zorg op 1 januari 2015 is de organisatie van zorg sterk veranderd. Van burgers wordt verwacht dat zij meer eigen initiatief ontplooien. Zelforganisatie in de zorg vereist echter een flinke inzet en een lange adem. Wat zijn de knelpunten en hoe kunnen we die oplossen met het oog op de toekomst? Over deze vragen buigen twintig experts zich tijdens het symposium Next Level van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Een gevarieerd gezelschap van ontwerpers, onderzoekers, particuliere initiatiefnemers, zorgprofessionals, gemeenten en woningcorporaties verzamelt zich op 5 juni 2015 in de Hofpoort voor de sessie 'Zelforganisatie in de Zorg'. Maar zo divers als het gezelschap, zo eensgezind blijken de gedachten over het drastisch veranderende zorglandschap in Nederland. Vergrijzing, de participatiewet en de transitie naar gemeenten zijn ontwikkelingen met ingrijpende gevolgen. Institutionele zorgaanbieders zijn niet meer in staat om het bestaande zorgaanbod overeind te houden. Het organiseren en huisvesten van de veranderende en groeiende vraag naar zorg vraagt om nieuwe werkwijzen, ruimtelijke strategieën en ontwerpen.

Knelpunten
Voorzitter Ariane van Dijk geeft het woord aan Pieter Graaff van VeldAcademie. Samen met architect Jef van den Putte onderzoekt hij de transformatiemogelijkheden van (veelal leegstaande) gebouwen om zorglocaties naar senior-proof woonlocaties te vertalen.
De knelpunten in dit proces blijken niet alleen van financiële aard, maar vooral ook te bestaan uit onzekerheid. Kunnen we voldoende bouwen op de nieuwe organisatievormen waarmee we experimenteren, of is alles weer als vanouds zodra die kans zich voordoet? En daarmee is gelijk het grootste knelpunt benoemd als het gaat om zelforganisatie in de zorg. Hoe kun je nieuwe coalities vormen en partijen bij elkaar brengen die zich aan een project committeren en met elkaar een stap naar voren kunnen zetten?

Nieuwe coalities
“Het is lastig om een gedeeld belang te vinden tussen de betrokken partijen”, stelt Annet Ritsema met betrekking tot het project Grijstinten in de Tussenmaat. Als je met geijkte, traditionele partijen om tafel zit loop je tegen regelgeving, 'oud denken' en risico-vermijdend handelen aan, waardoor innovatieve plannen vastlopen. “Er ontstaat zodoende maar al te vaak de wens om traditionele partijen buiten de deur te houden om starre regelgeving te kunnen omzeilen én zelf de regie te behouden.”

Niet voor ouderen, maar met ouderen
Het gat tussen zelfstandig wonen en wonen in een verzorgings- of verpleeghuis is groot, stelt Ritsema. Kleinschalige gezamenlijke woonvormen dichten dit gat en sluiten vaak beter aan bij de behoeften en wensen van ouderen. We kunnen onze lessen trekken uit projecten in, bijvoorbeeld, Duitsland, waar de eigen verantwoordelijkheid van ouderen al langer centraal staat. “In Duitsland is ook een betere verhouding tussen demografische ontwikkelingen in de wijk en woningtypen.”

Hugo Versteeg (initiatiefnemer Ubuntuplein) vult aan. “Na jarenlang verzorgingsstaat is het eigen initiatief in Nederland kapot gemaakt, het is nu zaak om dat weer aan te wakkeren.” Daar raakt Versteeg een belangrijk punt. Nieuwe wetgeving maakt dat er meer eigen verantwoordelijkheid komt te liggen bij ouderen. Zij zijn eindgebruiker en medeverantwoordelijk voor de zorg die ze ontvangen. “Met bewustwording komt behoefte”, wordt gezegd. Ouderen, ook vijftigplussers, moeten zich bewust worden van de nieuwe realiteit en hun blik alvast richten op de toekomst. Aan ons allen de taak om deze bewustwording te stimuleren. Veel ouderen willen nu al verhuizen om straks in de eigen wijk te kunnen blijven wonen. “Het is verstandig om nu al met hen in gesprek te gaan. Geef bewoners zelf de mogelijkheid om te kijken wat zij willen en wat kan”, stelt Evelien van Veen.
Een woonproject opzoeken en daar mensen voor zoeken is de verkeerde kant op, vindt Peter Rietveld (bedrijfseconomisch adviseur zorgpartijen). “Het gaat niet om het woonproject, maar om 'zinvol ouder worden'. Dat is hoe je mensen aan elkaar bindt. De rest - het geld, het bouwen - komt vervolgens vanzelf.”

Wie is eigenaar?
Onduidelijk is soms wie verantwoordelijk is of wil zijn voor het bedenken van nieuwe concepten en het veranderen en doorbreken van oude tradities. Woningbouwcorporaties mogen straks alleen nog hun kerntaak uitvoeren. Vraag is; wie doet de rest? Wie ontwikkelt straks nog maatschappelijk vastgoed? 'De markt', zegt de overheid, maar geen van de aanwezigen gelooft hierin. Vastgoed ontwikkelen op een kleinschalige manier met de regie bij de gebruikers is het streven, maar het ontbreekt aan partijen met de wil én de middelen om dit op grote schaal voor elkaar te krijgen. Niet alle ouderen zijn mondig en zelfstandig en lopen over van ideeën, daar zijn de aanwezigen het over eens. Maar maak gebruik van de groep actieve jongere ouderen die wel ideeën heeft en deze uit kan drukken, en die ook een voorbeeld kunnen stellen naar andere ouderen.

Ook als het gaat om werken met een beperking is er nog een grote slag te maken. “Mensen met een beperking worden geïndiceerd en moeten voor een bepaalde tijd aangenomen worden door ondernemers in de stad”, stelt Grolleman. “Ondernemers moeten gebruik gaan maken van het arbeidspotentieel, maar zien nog teveel risico – we hebben ondernemers nodig met lef én vlees op de botten.”

Een nieuwe rol voor ontwerpers
Er is sterk behoefte aan een verbindende kracht om nieuwe coalities te vormen en mensen en partijen bij elkaar te krijgen. Ontwerpers moeten deze verbindende rol gaan spelen; van oudsher overbruggen zij de wensen van betrokkenen, hebben te maken met geldzaken en fysieke (on)mogelijkheden van de omgeving. En, zo stelt Evelien van Veen, je moet die positieve insteek hebben en vastberaden zijn om een project te 'fixen', anders kun je je vak niet uitoefenen.

Gewoon doen, oppert iemand vlak voor de afsluiting. Er is ruimte nodig voor pilotachtige, experimentele initiatieven. “Als dit in de wijk gaat leven, kan de rest er niet meer omheen. Zonder deze kleine initiatieven verval je weer in traditioneel gedoe.”

De zelfsturende gemeenschap is er nog lang niet. Huidige organisaties werken nog teveel met beproefde systemen. We hebben ervaringsdeskundigen en professionals nodig om mensen te mobiliseren en te activeren. Lef, visie en creativiteit zijn nodig om zelfsturende zorg tot realiteit te maken.

K. Koolen