<
actueel / nieuws

Q&A met Christopher de Vries over Amsterdecks

team

14 december 2016

Met het ontwerpend onderzoek Amsterdecks werken Rademacher & de Vries Architecten aan zwemplekken in de openbare ruimte in Amsterdam. Samen met de Waag Society doken ze in de data over waterkwaliteit van Waternet, om deze complexe data vervolgens toegankelijk te maken voor de inwoners van de stad via de website Liquid Commons. Uiteindelijk is het doel om een netwerk van publieke vlonders met watersensoren in de stad te realiseren, waar bewoners op elk moment de waterkwaliteit kunnen aflezen. In dit vraaggesprek blikt Christopher de Vries, mede-oprichter van Rademacher & de Vries Architecten, terug en vooruit op Amsterdecks.

Wat was de motivatie voor het starten van dit project?
Toen ik samen met David Rademacher ons bureau begon, woonden we in Zürich en Amsterdam. In Zürich zaten we zomers vaak aan de Untere Letten: een fantastische waterkant aan de Limmat, die is ingericht om te zwemmen en ontspannen midden in de stad. Hoewel het nu lijkt dat het altijd zo schoon was, had die rivier in het verleden een industriële functie en was het later een notoire hangplek voor verslaafden. De tegenstelling tussen toen en nu, gaf ons het idee dat een dergelijke transformatie ook in Amsterdam mogelijk zou moeten zijn; ondanks de perceptie dat de grachten zwaar vervuild zijn en het feit dat we in Amsterdam aan het uiteinde van het stroomgebied van de Rijn zitten.

Er zijn al verschillende plekken in Amsterdam waar mensen zwemmen. Maar niet overal is het even veilig om het water in te gaan. Door het onderzoek dat we voorafgaand aan het project hebben gedaan, weten we nu waar je beter wel en niet kan zwemmen. We vinden het eigenlijk vanzelfsprekend dat deze kennis publiek toegankelijk is, zodat iedereen een weloverwogen keuze kan maken. Bovendien draagt het bij aan een nieuw perspectief op de openbare ruimte en kan het mensen inspireren een duik te nemen, zonder zorgen.

  • Kun je - ondanks dat het project nog loopt – al resultaten benoemen?
    Het subsidietraject van het Stimuleringsfonds is afgerond, maar het begint nu pas met de realisatie van de pilot van een 'Amsterdeck', zoals we de vlonders noemen. Veel dingen kun je in theorie bedenken maar in de grillige omgeving van de stad zijn er veel onvoorspelbare en onbekende factoren.

    Door de toepassing van een netwerk van decks in de stad zal blijken hoe mensen de informatie tot zich nemen en welke sociale en ruimtelijke dynamiek het veroorzaakt. De veronderstelling is dat mensen via een Amsterdeck gebruik gaan maken van bepaalde locaties. El al zwemmend, zullen zij de behoefte hebben om actiever te gaan monitoren. De actuele data die wordt gevisualiseerd op de decks wordt namelijk ook gevoed door zogenaamde 'small data', die van gebruikers komt.

    Interessanter wordt het wanneer gebruikers niet alleen maar monitoren, maar daadwerkelijk overgaan tot het oplossen van conflicten. Welke kanalen worden dan gebruikt en hoe organiseert een buurt zich als ze zien dat de waterkwaliteit ineens structureel verslechtert? Wie is hiervoor verantwoordelijk en wie trekt de kar?

    Na realisatie van het eerste deck, willen we er veel meer bouwen. Verschillende partijen zijn geïnteresseerd, maar wachten de resultaten van de pilot af. Dat kan nu snel, want we hebben een officiële 'go' gekregen van de Wethouder Financiën en Water om de pilot te realiseren in het kader van de watervisie 2040.
  • Jullie hebben met verschillende disciplines samengewerkt - juristen, hydrologen, beleidsmakers, handhavers, ecologen en programmeurs. Hoe is die expertise in het project terechtgekomen?
    In samenwerking met hydrologen hebben we alle verzamelde data van Waternet onderzocht. Dit is een enorme database, ontwikkeld door TNO. Om die data te interpreteren hadden we de ene keer de kennis van een hydroloog nodig, de andere keer van een ecoloog of een waterbouwkundige. Onze inbreng is de ruimtelijke vertaling van informatie geweest op de website en natuurlijk, het deck. Onze bijdrage was uit deze brij een aantal relevante en tot de verbeelding sprekende verhaallijnen te halen over de openbare ruimte. De nadruk van ons werk lag op ruimte. Voor veel van de betrokken partijen was een leuke App maken een prima ambitie. Hiertegen hebben wij ons altijd verzet. Het is de wisselwerking tussen de fysieke stedelijke ruimte en virtuele technische data die het project waardevol maken.

    Vaak wordt samenwerken met andere disciplines als heel lastig ervaren, omdat je elkaars 'taal' niet spreekt. Hoe hebben jullie dit in goede banen geleid?
    De samenwerking tussen de Waag, Waternet en ons team was succesvol en helder. Dit kwam omdat die berustte op wederkerigheid: niemand kon het project onafhankelijk van elkaar doen. Door het project duidelijk in drie thema's op te splitsen die correspondeerden met de competenties van de partners, wist iedereen wat ze moesten doen. Waternet werkte aan waterkwaliteit, de Waag aan de omzetting van data naar publieke informatie, en wij verzorgden het ruimtelijke ontwerp en de onderlinge coördinatie.

    Qua communicatie is en blijft de jurisprudentie omtrent eigenaarschap en aansprakelijkheid het moeilijkst. Zwemmen, en met name zwemmen in openbaar water, zal altijd veel risico's met zich meebrengen. Gemeentes hebben een aversie tegen risico's en zijn voorzichtig als het gaat om experiment en innovatie. Desalniettemin zijn ze erg enthousiast over het project en zijn ze zich ervan bewust dat de wens om in openbaar water te zwemmen in Amsterdam sterk aanwezig is.

    Om die reden hebben we voor de pilot een locatie gekozen waarvan we weten dat het zeer veilig is. Vanuit die 'safe space' kunnen we lessen trekken, kennis ontwikkelen en vertrouwen winnen voor decks op meer complexe locaties, daar waar verschillende belangen samenkomen aan de waterkant.
  • Jullie hebben gewerkt met data van Waternet. Welke rol kunnen partijen zoals Waternet (nutsbedrijven, havenbedrijf, andere private bedrijven etc.) gaan spelen in de nabije toekomst in stedelijke ontwikkeling en opdrachtgeverschap?
    Het zijn fijne partijen om mee samen te werken omdat ze veel praktische en vaak ook historische kennis bezitten. Wat je merkt is dat hun mandaten vaak scherp zijn gedefinieerd. Waternet moet bijvoorbeeld zo goedkoop mogelijk water en riolering bieden aan de burger. Het risico is dat een experimenteel project wordt gezien als een onnodige kostenpost. Wij vinden het zonde als een door budgetgestuurde visie, interactie tussen de private sector, burgerinitiatieven en de publieke sector onmogelijk maakt. Waternet heeft gelukkig een eigen innovatiefonds dat hen toestaat hun maatschappelijk rol te ontwikkelen. Dit zouden alle utiliteitsbedrijven moeten doen. Door met externe partijen op zoek te gaan naar innovatie en experiment.

    Wanneer heb jij zelf voor het laatst gezwommen in openbaar water?
    Deze zomer, bij de Berlage brug en in Park Zomerlust.