<
actueel / nieuws

Ruimte voor anti-disciplinair onderzoek en experiment in de creatieve industrie

26 september 2019

Directeur Syb Groeneveld schreef voor Boekman een artikel waarin hij een oplossingsrichting schetst om de zeer verschillende instellingen onderling te vergelijken op basis van functies in de infrastructuur. Aanleiding hiervoor is de ambitie van de minister om de culturele basisinfrastructuur uit te breiden en te vernieuwen met vijftien ontwerp- en ontwikkelinstellingen die interdisciplinair werken. Mooi nieuws voor de creatieve industrie, maar hoe kunnen de instellingen die het fonds momenteel bedient, aan de doelen van dit nieuwe cultuurstelsel bijdragen?

Dit artikel is gepubliceerd in Boekman 120 'Kunst als innovator', september 2019

Het Stimuleringsfonds richt zich op (internationaal) bijzondere en vernieuwende projecten en activiteiten van ontwerpers, makers en culturele instellingen in de Nederlandse ontwerpsector. Van de jaarlijks gemiddeld 2000 subsidieaanvragen worden er zo'n 600 gehonoreerd. Het leeuwendeel, meer dan 500, gaat naar (collectieven van) makers en ontwerpers. Dit artikel richt zich echter op de infrastructuur van de creatieve industrie. Het fonds ondersteunt momenteel zo'n zeventig instellingen. Binnen die infrastructuur is een duidelijke concentratie te zien rondom Eindhoven, Rotterdam en Amsterdam. Hier zijn veel instellingen met een (inter)nationaal belang en netwerk gevestigd.

Op de infrastructuurkaart wordt ook duidelijk dat zo'n 25 procent van de instellingen zich als interdisciplinair betitelt. Veel aanvragen hebben niet langer eenduidig betrekking op architectuur of vormgeving of zijn een duidelijk product van digitale cultuur. Dat zegt overigens weinig over het belang van deze individuele disciplines, maar meer over de verandering van werkwijze en organisatie in de sector die een keur van functies beslaat: van talentontwikkeling tot toegepast onderzoek, van kritische reflectie tot grensverleggend experiment.

veelzijdigheid
Vier instellingen die door het fonds meerjarig ondersteund worden, geven een goed beeld van de veelzijdigheid die de creatieve industrie kenmerkt: de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR), V2_, Sonic Acts en Next Nature Network (NNN).

De IABR heeft zich vol overtuiging verbonden aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Zo onderzoekt IABR hoe de gebiedsontwikkeling op de testsite M4H kan bijdragen aan de grotere Rotterdamse ambitie om vóór 2050 een volledige circulaire samenleving met gesloten materiaalkringlopen te realiseren. Ze wil met onder meer ontwerpend onderzoek een bijdrage leveren aan het oplossen van de grote opgaven waarvoor de samenleving staat met het meest geëigende middel dat het als culturele organisatie heeft: de gecombineerde kracht van de verbeelding en van het toegepaste ontwerp. Een ander in Rotterdam gevestigd lab is V2_, waar zelfgenererend onderzoek wordt gedaan op het snijvlak van technologie, kunst, ontwerp en samenleving. V2_ heeft een belangrijke rol in talentontwikkeling. Via het internationale Summer Sessions-netwerk wordt jonge kunstenaars en ontwerpers de mogelijkheid geboden om gedurende twee zomermaanden een voorstel uit te werken van concept tot prototype. Ook de activiteiten van het grotendeels virtueel georganiseerde Sonic Acts bestrijken de hele keten van culturele productie. Zo bestaat het door Sonic Acts geïnitieerde, gecureerde en geproduceerde project Vertical Cinema uit een tiental films van internationaal gerenommeerde filmmakers en audiovisuele kunstenaars die op 35 mm-celluloid films verticaal op een cinemascopescherm projecteren en breken met cinematografische conventies.

Door het verlenen van artistiek autonome opdrachten om nieuwe grensverleggende en experimentele kunstwerken te realiseren en door zich toe te leggen op productie, presentatie en distributie, ondersteunt Sonic Acts talentvolle makers.

Dat geldt ook voor Next Nature Network. Deze organisatie onderzoekt hoe we kunnen ontwerpen, bouwen en leven in een toekomst waarin biologie en technologie fuseren. Na eerdere spraakmakende projecten, waaronder Het Kweekvlees Kookboek, de Rayfish Footwear hoax en de rondreizende Nano Supermarket, richt NNN zich momenteel op de ECO coin (die de waarde van natuur uitdrukt) en de speculatieve discussie over de kunstmatige baarmoeder. Het onderzoek van NNN verbindt disciplines en probeert zover mogelijk op de markt vooruit te lopen.

  • Figuur 1. Infrastructuur Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

  • antidisciplinaire ontwerpkracht
    Genoemde instellingen hebben allemaal een (internationale) verbindende platformrol, hebben een belangrijke functie in talentontwikkeling en jagen vernieuwing en innovatie door experiment aan. Binnen deze instellingen werken ontwerpers (van landschapsarchitect tot productontwerper, van social designer tot softwareprogrammeur) vaak samen met bijvoorbeeld wetenschappers, muzikanten, choreografen of schrijvers. Ze maken duidelijk dat er kritisch, ontwerpend en onderzoekend wordt nagedacht over de ethiek en de transformatieve rol van technologie (van smart cities tot privacy) en de complexe gelaagdheid van transitieopgaven (van klimaatadaptatie tot de toekomst van de zorgomgeving). De ontwerpkracht van de creatieve industrie moet daarin een grotere rol spelen dan het nu doet omdat ontwerpers zich tussen en voorbij de traditionele disciplines bewegen, rafelranden opzoeken, nieuwe ruimtes onderzoeken en tot andere denkrichtingen en oplossingen komen voor deze wicked problems. Dat gebeurt door te experimenteren en te onderzoeken, en in het proces van maken.

    Ontwerpers plaatsen zichzelf steeds minder binnen een discipline omdat ze zich binnen het discours van een enkelvoudige discipline niet meer automatisch thuis voelen. Bij het medialab van MIT noemen ze dat de antidisciplinairen. Nog te weinig wordt hun werk als een antidisciplinaire uitkomst erkend en nog te vaak wordt het beschouwd als een resultante van een specifieke discipline. Dat doet geen recht aan het onderliggende proces. Meer begrip over de werkwijze en de resultaten van antidisciplinair werken zal leiden tot een bredere voedingsbodem voor de vele instellingen die op deze wijze werken. Want helaas moeten we constateren dat veel van de ook hier genoemde instellingen budgettair moeten excelleren op de kant van een dubbeltje. Hun budget is al jaren begrensd en financiering voor antidisciplinair onderzoek is schaars aanwezig voor culturele instellingen omdat deze meestal gekoppeld is aan wetenschappelijk onderzoek.

    Voor het fonds is het des te belangrijker om continu oog te houden voor ontwikkelingen binnen de creatieve industrie om de begrensde middelen optimaal toe te wijzen onder de aanvragende instellingen en de meerjarige regeling open te houden voor instroom van nieuwe initiatieven.
  • Figuur 2. Indeling ondersteunde instellingen in de creatieve industrie

  • re-mapping
    De ruimte die minister Van Engelshoven in haar uitgangspuntenbrief biedt voor ontwikkelinstellingen die interdisciplinair (of antidisciplinair) werken, biedt nieuwe mogelijkheden voor de zo diverse instellingen binnen de Creatieve Industrie. Dat vergt een nieuwe functionele benadering, een focus op functies van deze instellingen om de zeer diverse activiteiten van deze instellingen op waarde te kunnen schatten.

    Bovenstaande twee assen creëren een schets om tot een nieuwe focus op functies binnen de creatieve industrie te komen (zie figuur 2). Het streven is om met deze vier kwadranten tot een indeling te komen op basis van de primaire focus van de ondersteunde instellingen in de creatieve industrie. Daar zitten los van de hier gebruikte assen natuurlijk nog meer dimensies aan. Evenzeer geldt dat instellingen zich operationeel vaak in meerdere kwadranten begeven.

    Niet limitatief hebben de vier kwadranten de volgende eigenschappen:
    1. In het eerste kwadrant wordt technologie bevraagd middels grensverleggend onderzoekend experiment. Het is zelfgenererend in de zin dat niet duidelijk is waar het experiment eindigt, zinvol is of een volgende fase bereikt. Een project hoeft niet altijd te lukken om succesvol te zijn en ook publieke waardering is niet altijd belangrijk. Hier werken de vaak kleinere instellingen zoals STEIM, Baltan Laboraties en V2_ antidisciplinair aan nieuw ontwerpend onderzoek, meestal zonder opdrachtgever. Hier ontstaat veelal de kiem voor nieuwe denkrichtingen in de infrastructuur. Binnen dit kwadrant is de subsidieafhankelijkheid groot. Reflectie en debat over de uitgevoerde activiteiten zijn het belangrijkste evaluatiemechanisme.

    2. Binnen het tweede kwadrant wordt veelal vanuit artistieke autonomie geprogrammeerd maar wordt er, mede omdat er een platformfunctie is voor makers en publiek, een relatief groot publiek bereikt. De instellingen overstijgen het disciplinaire denken en maken nieuwe verbindingen tussen mens, technologie en organisaties.
    Instellingen vinden het belangrijk dat verkenningen en projecten een zo groot mogelijk publiek weten te vinden. Financiering leunt op meerdere publieke bronnen en gedeeltelijk op private middelen zoals publieksinkomsten. Sonic Acts, NNN en Submarine Channel behoren tot dit kwadrant. Toetsing vindt plaats door middellangetermijnmonitoring en evaluatie van de projecten.

    3. In het derde kwadrant wordt vanuit ontwerpend onderzoek aan toegepaste vraagstukken gewerkt. Binnen labs ontstaan nieuwe vormen van opdrachtgeverschap en hybride financieringsvormen: van lening tot royaltymanagement maar ook met financiering uit bijvoorbeeld het Europese Science, Technology and the Arts programma. Instellingen zoals BioArt Laboratories en IABR begeven zich grotendeels in dit kwadrant. Waterschappen, zorgorganisaties en woningcorporaties starten met die instellingen projecten die transformatief in opzet en uitvoering zijn, en waar de kracht van ontwerp binnen een sociaalmaatschappelijke opgave centraal staat. Samenwerking met kennisinstellingen is essentieel. Met betrokken stakeholders kan vooraf het beoogde effect van de activiteiten beschreven en vastgelegd worden in een impact framework.

    4. Het vierde kwadrant spitst zich toe op activiteiten vanuit toegepaste vraagstukken die interessant zijn voor een breed publiek. Onderzoek doen naar nieuwe distributiestrategieën, het bereiken van nieuw publiek en audience design/ engagement zijn een belangrijk onderdeel van de activiteiten. Subsidie legt een gezonde basis voor een langetermijnstrategie, bevordert investeringen door andere financiers en tekent het publiekculturele karakter van de organisatie die ook verantwoordelijkheid draagt voor de gehele infrastructuur als podium voor de creatieve industrie. De Dutch Design Week en Pakhuis de Zwijger zijn exponenten van dit vierde kwadrant, waar meer volgens de SMART-methodiek geëvalueerd kan worden.
  • NANO supermarket in Pamplona, 2011. © Next Nature Network

  • toekomst
    Het antidisciplinair denken wordt binnen de creatieve industrie steeds meer gemeengoed. Het leidt tot grensverleggende experimenten en ontwerpend onderzoek dat bijdraagt aan oplossingsrichtingen voor de grote maatschappelijke transitieopgaven. De afgelopen jaren zijn veel instellingen binnen de creatieve industrie geprofessionaliseerd en hebben een internationale platformfunctie gekregen. De in dit artikel geschetste vier kwadranten geven een eerste schets om tot een nieuwe focus op functies binnen de sector te komen en om functioneel onderscheid in de beoordeling van de zo diverse instellingen te kunnen maken als ze dadelijk hun meerjarige plannen indienen binnen de culturele basisinfrastructuur of bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

    Als Stimuleringsfonds betekent dit dat we meer tailormade naar aanvragende instellingen moeten kijken: elke instelling heeft een eigen waarheid met betrekking tot de subsidiebehoefte, de mate van financiering door andere (private) partijen, talentontwikkeling, de samenwerking met kennisinstellingen, de wijze van onderzoek en experiment, de positie van opdrachtgevers en de focus op publiek. Grote winst is dat de uitgangspuntenbrief van de minister de mogelijkheid geeft om de maatschappelijke slagkracht van ontwerp te vergroten en zichtbaarder te maken. Daar moet we samen de komende jaren mee aan de slag.


    In Boekman 120 vind je meer interessante artikelen over kunst als innovator.

    Foto bovenaan: Openingsweekend IABR-2018 Foto door Aad Hoogendoorn
  • Artikel Boekman 120