<
actueel / nieuws
  • Studio Legrand Jäger

Selectie Open Oproep Talentontwikkeling in Internationale Context 2019

04 december 2019

Giuditta Vendrame, Studio Legrand Jäger, Studio Agne en Sophie Hardeman gaan de komende tijd samenwerken met internationale partners. Deze ontwerpers zijn geselecteerd uit zestien voorstellen van Nederlandse ontwerpers en makers die reageerden op de Open Oproep Talentontwikkeling in Internationale Context. Met deze oproep geeft het Stimuleringsfonds ontwerpers en makers de kans hun praktijk internationaal te verdiepen en artistiek en professioneel te ontwikkelen door samen te werken met een buitenlandse partner. De geselecteerde projecten hebben een voorbeeldstellende functie voor de Nederlandse creatieve industrie en verrijken onze sector tegelijkertijd met nieuwe kennis.

Giuditta Vendrame onderzoekt in haar project 'Humid World' de notie van grenzen in water als designer in residency binnen het research programma 'At the Border' bij A/D/O in New York, VS. Studio Legrand Jäger (foto bovenaan) ontwikkelt in samenwerking met het Victoria & Albert Museum nieuw performatief werk in het project 'Internet of Ears: AI-Generated Policy Play'. Sophie Hardeman – Love Harder doet onderzoek naar groepsgedrag, tolerantie, vooroordelen en stereotypes en brengt politiek en/of sociaal onbesproken onderwerpen onder de aandacht tijdens een residency bij NAVEL.LA in Los Angeles. Studio Agne doet theoretisch- en materiaalonderzoek naar amberafval tijdens een residency bij Neuni in Shanghai.

selectie
De commissie reageert overwegend positief op de kwaliteit van de ingediende voorstellen. De voorstellen waarin de uitzonderlijke artistieke visie, professionele ontwikkeling en de wisselwerking met de internationale partner elkaar versterkten kregen de voorkeur van de adviseurs. Ook is er gelet op de maatschappelijke en culturele relevantie van de voorstellen. Voor deze open oproep moet er sprake zijn van kennisuitwisseling en de samenwerking mag geen opdrachtsituatie betreffen. Alle voorstellen zijn beoordeeld door een vertegenwoordiging vanuit de digitale cultuur, vormgeving en architectuur. De commissie bestond uit maker en KABK-docent Pawel Pokutycki, freelance kunst- en designhistoricus Victoria Anastasyadis en AMO associate Stephan Petermann.

  • Studio Agne


  • De commissie heeft de voorstellen op zeven criteria getoetst:
    in hoeverre de ontwerpers, vormgevers, makers, critici en/of curatoren uit de creatieve industrie (digitale cultuur, vormgeving, architectuur) een voorbeeldstellende en/of onderscheidende positie innemen;
    in hoeverre het voorgestelde plan bijdraagt aan de verdere artistieke en professionele ontwikkeling van de betrokken maker;
    de kwaliteit en vorm van de samenwerking;
    in hoeverre de betrokken buitenlandse instelling, organisatie of bedrijf een uitstekende reputatie heeft;
    de mate en wijze van cofinanciering door de betrokken buitenlandse partner;
    in hoeverre het voorstel consistent is in doel, opzet, betrokken deskundigheid en publieksbereik;
    in hoeverre er sprake is van een Nederlands belang.

    De voorstellen waren van uiteenlopende, maar over het algemeen goede kwaliteit met uitschieters naar boven. De ondersteunde ontwerpers tonen dat zij zich bewust zijn van de lokale (internationale) context waarin ze opereren. Voor de geselecteerde voorstellen geldt dat zowel het project, de doelstelling als de betrokken partner goed op elkaar aansluiten. De selectie geeft in zijn geheel een divers beeld van de mogelijkheden van talentontwikkeling in een internationale context.

    afgewezen voorstellen
    De voorstellen die niet zijn geselecteerd schoten op één of meerdere criteria tekort. De adviseurs zagen bij een aantal voorstellen dat de partners een uitstekende reputatie hebben, maar dat de opzet van de samenwerking niet was gericht op wederkerigheid en/of niet bijdraagt aan de professionele en artistieke ontwikkeling van het talent. Voor een aantal voorstellen geldt dat de makers in de uitwerking van het plan onvoldoende inzicht geven in de aanpak en opzet van het project. In een aantal gevallen werd de relevantie voor het vakgebied binnen de Nederlandse creatieve industrie onvoldoende aangetoond of ontbrak soms inzage in hoe kennis weer terugvloeit naar Nederland. In een enkel geval beoordeelde de commissie de mate van kritische reflectie of bewustzijn van de lokale context als onvoldoende.