<
actueel / nieuws

Terugblik bijeenkomst Klimaatadaptie en energietransitie op IABR

02 augustus 2018

Op 4 juli 2018 organiseerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie een debatmiddag over klimaatverandering, klimaatadaptie en energietransitie. In samenwerking met onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de IABR programmeerde het fonds een bijeenkomst met als onderdelen een viertal lezingen, een video, een debat met de zaal en een afsluitende reflectie. De middag werd gemodereerd door Elisabeth van den Hoogen.

Klimaatverandering vraagt om méér dan enkelvoudige oplossingen, hoe goed bedoeld dan ook.

Tekst: Andrea Prins

Wereldwijd worden steden geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering zoals extreme regen, droogte en hittestress. Daarnaast zullen steden overal ter wereld, dus ook in Nederland, nog sterker dan nu al verdichten. Ook het Nederlandse cultuurlandschap zal veranderen: het landschap staat door de energietransitie onder groeiende druk. Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, moet nú geacteerd worden: op politiek, bestuurlijk en financieel niveau, op globale, regionale én lokale schaal. Door hun verbeeldingskracht kunnen ontwerpers en cultuurhistorici vernieuwende bijdragen leveren op het gebied van klimaatadaptie, energietransitie en verdichting.

Doel van de bijeenkomst van het fonds was een kennismaking met en reflectie op ontwerpprojecten en initiatieven die in Nederland op verschillende schaalniveaus rondom deze thema's worden ontwikkeld. Op welke manieren kan de impact van deze initiatieven worden vergroot? En hoe kan de positie van ontwerp en cultuurhistorische expertise worden versterkt?

opgaven slim combineren
Henk Ovink, de Nederlandse Watergezant en eerste spreker tijdens de bijeenkomst, liet nog een keer indringend de immense globale, lokale en menselijke gevolgen van klimaatverandering zien. Hij beklemtoonde dat water wereldwijd een opgave is, die nooit af zal zijn: 'je leeft met water - of je gaat eraan dood'. Belangrijk is daarom 'continue innovatie, het omarmen van de complexiteit en het smeden van coalities met alle betrokkenen.' Nederland kan terugkijken op eeuwenlange, succesvolle ervaring met de wateropgave. Ovinks impliciete oproep: zet deze unieke cultuur van samenwerken in voor de huidige complexe uitdagingen.

  • Henk Ovink, Nederlands Watergezant bij ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken en Klimaat (EZK). Foto: Maarten van Haaff


  • Daan Zandbelt (College van Rijksadviseurs) concretiseerde het omarmen van complexiteit. Hij pleitte voor een 'Stedenbouw van extremen', waarbij in eerste instantie tegenstrijdig lijkende thema's slim met elkaar worden gecombineerd om vernieuwende oplossingen voor klimaatadaptie te vinden. Zo wil hij verdichting, in het algemeen gezien als een oorzaak van toenemende hittestress, juist inzetten voor verkoeling. 'Verdichten staat gelijk aan hoogbouw' is een onjuist automatisme, stelt Zandbelt. Daarom pleit hij voor verdichting met laagbouw. Hoe dat kan, is te zien in steden als Berlijn en Parijs: blokbebouwing met zes, respectieve zeven á acht lagen resulteren in hoge dichtheden. Veel groen in de binnenhoven en op straten en pleinen zorgt voor verkoeling. Verdichten en verkoelen gaan dus prima samen, aldus Zandbelt. Als thema's op en soortgelijke manier 'gemixt en gematcht' worden, kunnen de doelen van Parijs gehaald én 1 miljoen woningen worden gebouwd.

    leren van natuurlijke netwerken
    Eric Frijters (lectoraat Future Urban Regions) gebruikte de analogie van het menselijke lichaam met bloedvaten en zenuwstelsel om zijn visie van de stad als een levend organisme te verduidelijken. Complexe 'stromen en circulaire netwerken', zoals data, water, afval en kapitaal zijn in deze visie de basis voor schaal-overschrijdende ontwerpen. Zulke ontwerpen noemt Frijters 'urbaan metabolisme'. Voorbeeld was een ontwerp voor het Zuid-Hollandse mondingsgebied gedacht vanuit een nieuw geothermisch netwerk. De energietransitie, en niet meer een qua schaal gedefinieerd ontwerp - gebouw of infrastructureel object of stedenbouw - met een getalsmatig Programma van Eisen, wordt de basis van het ontwerpopgave. 'Als je werkelijk ontwerpt vanuit het thema van de circulariteit, moet de ontwerper door alle schalen heen kunnen kijken. Hij moet interdisciplinair denken. Daardoor zal de rol van de ontwerper én de artistieke uitdrukking veranderen,' stelt Frijters.

    De zaal was het eens over het immense belang van het koppelen van opgaven en het omarmen van complexiteit. Maar de praktijk is weerbarstiger, werd opgemerkt. Een circulaire werkwijze is nog steeds pionierswerk en kost verhoudingsgewijs veel tijd en inspanning. De huidige ontwerppraktijk bestaat uit enkelvoudige oplossingen, gedreven door individuele belangen. En: de diverse enkelvoudige oplossingen zitten elkaar ook nog in de weg. 'Het Rijk is bepaald niet zodanig georganiseerd dat het vernieuwende werkwijzen faciliteert', analyseert Zandbelt. De overheid moet haar afwachtende rol opgeven en combinatieopgaven faciliteren.

    energietransitie, klimaatadaptie en cultureel erfgoed
    Ellen Vreenegoor (RCE) sprak over vernuftige, historische watersystemen en hun context. Oer-Hollandse terpen en paalwoningen boden beschutting tegen hoogwater. Een systeem van stuwen en molenvijvers hield het land droog én bood door de verschillende waterstanden, stromend of stilstaand water condities voor biodiversiteit. Historische systeemkennis kan bijdragen aan het vinden van innovatieve oplossingen voor actuele vraagstukken, aldus Vreenegoor. De werkgroep rond Arconiko Architecten past deze werkwijze toe op stedelijk niveau. De video 'Rotterdam Central District' toont een aanzet om versteende, steeds meer verdichtende gebieden op basis van cultuurhistorisch onderzoek klimaatbestendig te maken. Met behulp van hun ontwerp brengt de werkgroep systeemkennis op diverse niveaus samen: van water- en groenverbindingen boven het maaiveld, verkoelende luchtstromen tussen de gebouwen en het benutten van platte daken.

    Een kanttekening tijdens de discussie betrof de vraag of historische systemen niet te kleinschalig zijn voor huidige vraagstellingen. Vreenegoor nuanceerde: cultuurhistorie kan een 'aanleiding voor een nieuwe ontwerpcultuur' zijn waarbij steeds meer lagen aan het verhaal van een plek worden toegevoegd. De zaal was het erover eens, dat het vertellen van verbindende verhalen een belangrijke taak van ontwerpers is. 'Cultuurhistorie zorgt voor een lokaal verhaal als kader voor de grote transitieopgaven. Daardoor begrijpt iedereen de urgentie en creëer je draagvlak voor nieuwe interventies', vatte een deelnemer de discussie samen. Maar net zo noodzakelijk is de durf om iets geheel nieuws te doen. Als voorbeelden noemde een deelnemer twee projecten in Rotterdam uit de 19e eeuw: het stedenbouwkundige Waterproject van Willem Nicolaas Rose en Het Park-ontwerp van vader en zoon Zocher. De ontwerpen waren (en zijn) succesvol door hun toen innovatieve combinatie van techniek, hygiëne, ruimtelijke kwaliteit en het creëren van economische waarde. Deze integrale aanpak is een goed voorbeeld van een ontwerpcultuur die ook nu weer nodig is.
  • Ellen Vreenegoor (RCE), Daan Zandbelt (College van Rijksadviseurs) en Eric Frijters (lectoraat Future Urban Regions) in gesprek. Foto: Maarten van Haaff


  • draagvlak voor de grote uitdagingen
    'De twee uitdagingen “energietransitie in het landschap” en “klimaatadaptie in de stad” kunnen niet los van elkaar worden gezien', vatte Maarten Tas, coördinator Architectuur en programma Erfgoed & Ruimte van het Stimuleringsfonds, de bijeenkomst samen. Om tot oplossingen te komen, zijn integrale beleids- en ontwerpvisies nodig, visies die vraagstukken slim koppelen én oplossingen bieden dichtbij de dagelijkse belevingswereld van burgers. Alleen zo kan het noodzakelijke draagvlak bij de bevolking voor de aankomende ingrijpende veranderingen worden gecreëerd. Ontwerpend onderzoek en cultuurhistorische expertise zijn bij uitstek geschikt om in deze periode van visievorming op het gebied van klimaat en energie betekenisvolle implementatiestrategieën te ontwikkelen, aldus Tas.

    Ter afronding plaatste Gaston Gelissen de discussies binnen het traject van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die 2019 definitief vastgesteld zal worden. Hierin formuleert het Rijk een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving. Uiteindelijk is dit het doel: klimaatadaptieve projecten tot uitvoering te brengen, in een samenspel van ontwerpkracht, kennis van cultureel erfgoed en bestuurlijke creativiteit.

  • Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie voert het Ontwerpprogramma Erfgoed en Ruimte uit in opdracht van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Binnenlandse Zaken (BZK), en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Momenteel werken zestien teams in lokale casestudies aan urgente transitieopgaven op het gebied van energie en klimaat.

    De tijdens de bijeenkomst getoonde video 'Rotterdam Central District' vat de onderzoeksaanzet van een van deze teams samen. Projectteam 'Rotterdam Central District': Arconiko architecten, Plein06, Steenhuis Meurs, Designlab2902 i.s.m. gemeente Rotterdam, Het Hoogheemraadschap, TU Delft en de Vereniging Rotterdam Central District.

  • sprekers:
    Henk Ovink, Nederlands Watergezant bij Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken en Klimaat (EZK).
    Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving en lid van het College van Rijksadviseurs.
    Eric Frijters, lector Future Urban Regions, Academies van Bouwkunst.
    Ellen Vreenegoor, programmaleider Water en Erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
    Gaston Gelissen, Programmadirectie Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ministerie Binnenlandse Zaken (BZK).

    Foto bovenaan: Frido van Nieuwamerongen (Arconiko) antwoordt op vraag van moderator Elisabeth van den Hoogen. Foto: Maarten van Haaff