<
actueel / nieuws

Terugblik Digitale cultuur @ Stimuleringsfonds

21 juli 2016

Op woensdag 8 juni organiseerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie een publieke bijeenkomst rondom digitale cultuur in Het Huis Utrecht. Doel van de bijeenkomst was om samen met het veld vooruit te kijken naar de nieuwe cultuurplanperiode 2017-2020. Wat zijn de actuele ontwikkelingen en hoe sluiten de regelingen en programma's van het fonds hierbij aan?

Voor een volle zaal trapte directeur-bestuurder Janny Rodermond de bijeenkomst af met de constatering dat het werkterrein e-cultuur opvalt als een vitale sector, ondanks de bezuinigingen op cultuur vier jaar geleden. In januari 2013 startte het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie in opdracht van het ministerie van OCW een subsidieprogramma voor e-cultuur. Niet eerder hadden makers of denkers die werken op het snijvlak van cultuur, technologie en maatschappij zo direct toegang tot een subsidieregeling voor projecten bij een van de rijkscultuurfondsen. Anderhalf jaar later, in april 2014 maakte het Stimuleringsfonds met een eerste bijeenkomst de balans op. Rodermond herinnert zich de semantische discussie toen, die uitmondde in een 'vermoeden van e-cultuur'.

Digitale cultuur
De sector blijft zich ontwikkelen. De discussie over afbakening en een 'vermoeden van e-cultuur' is nog steeds van belang. Maar de meeste kritische geluiden van vier jaar geleden, op de transfer van kunst naar creatieve industrie waar e-cultuur tot laatstgenoemde werd toegewezen, zijn evenwel verstomd. Het veld is bekend geraakt met het fonds en de subsidiemogelijkheden. Ook de angst voor het utiliteitsdenken met nadruk op de industrie, is grotendeels ongegrond gebleken. Bij het fonds gaat het altijd om het stimuleren van cultuur in onderzoek, experiment en projecten. Om dat te benadrukken, gaat vanaf de nieuwe cultuurplanperiode de regeling verder onder de naam Digitale cultuur. Deze term bedrukt beter het inclusieve karakter van de subsidieregeling. Het fonds hoopt met de nieuwe naam nieuwe generaties makers aan te spreken die zich niet vanzelfsprekend herkennen in de term e-cultuur. Ook wil het fonds de sector beter internationaal profileren en wil het nadrukkelijk een opening bieden richting de game-industrie en makers die werkzaam zijn in de media, die met het wegvallen van het Mediafonds in 2017 een belangrijk aanspreekpunt verliezen.

Parallelle deelsessies
Na vier projectpresentaties van Driessens en Verstappen, Monobanda, Floris Kaayk en Matthias Oostrik, die de breedte illustreren van de Deelregeling E-cultuur, ging het publiek uiteen in verschillende deelsessies op het gebied van onderzoek, digital storytelling, games, platforms en podiumkunsten.

De deelnemers werden bevraagd welke rol het fonds de komende jaren kan spelen om het werkterrein tot grotere hoogte te brengen. De gespreksleiders kregen een aantal overkoepelende vragen mee. Wat zijn de belangrijkste actuele ontwikkelingen op het terrein van digitale cultuur in relatie tot games, storytelling, onderzoek, infrastructuur/platforms of podiumkunsten? En wat zijn de verwachtingen rondom dit specifiek deelgebied en hoe kan het Stimuleringsfonds inspelen op deze ontwikkelingen in de uitvoering van de subsidieregelingen, programma's en communicatie? De gespreksleiders per sessie waren Sacha van Tongeren, Paulien Dresscher, Adriaan de Jongh, Klaas Kuitenbrouwer en Joris Weijdom.

  • Joris van Ballegooijen, Margriet Schavemaker en Tijmen Schep voor een volle zaal. Foto: Mohamed Najah


  • Kennisdeling
    Een diverse samenstelling van deelnemers en uiteenlopende onderwerpen impliceert geheid een verscheidenheid aan input. Echter, een aantal terugkerende thema's kwamen in meerdere sessies aan bod. Zo werd het belang van kennisdeling en -overdracht benadrukt in alle deelsessies. Het vakgebied hecht waarde aan (fysieke) plekken waar kennis bewaard en gedeeld wordt. Platforms, festivals, werkplaatsen, labs en makerspaces spelen binnen deze context een cruciale rol aangezien experiment, onderzoek en ontwikkeling hier vooropstaat. Dergelijke plekken geven makers, ontwerpers en ontwikkelaars de mogelijkheid kennis over een product en/of proces onderling te delen, over te dragen op een jonge nieuwe generatie of te koppelen met onderwijsinstellingen en de markt. Daarnaast kwam, met name in de deelsessies 'games' en 'storytelling', het belang van kennisdeling naar voren op gebied van marketing, PR en distributie. Voor veel makers blijft dit een pijnpunt binnen hun artistieke praktijk.

    Experiment
    Een ander terugkerend thema was het resultaatgerichte karakter van subsidieaanvragen, en daardoor het vakgebied in het algemeen. Wil men onderzoek stimuleren en het vakgebied vernieuwen, dan moet er meer ruimte zijn om te experimenteren en te falen zonder alleen oog te hebben voor resultaten.

    Het publiek merkte op dat subsidies bij voorkeur worden verleend aan eindproducten in plaats van ontwikkelingsfases, wat spanning veroorzaakt door de inherente exploratieve aard van artistiek werk. Enige geluiden uit de zaal gaven echter aan dat het Stimuleringsfonds hierin een voortrekkersrol speelt. Het fonds verleent immers regelmatig startsubsidies ter ontwikkeling van een maker of project of projectsubsidies waar onderzoek vooropstaat. De regeling Talentontwikkeling voorziet een budget voor pas afgestudeerde makers ten behoeve van eigen ontwikkeling, het ontwikkelen van kennis op het gebied van praktijkontwikkeling en een eindpresentatie.

    Daarbij benadrukte het publiek in nagenoeg alle deelsessies de waarde van ruimte om te mislukken en experimenteren, projecten met open eindes en onderzoeksprocessen met een hoog risico. Het Stimuleringsfonds stelde dat doelstellingen zoals onder andere onderzoek en experiment in de volgende cultuurplanperiode 2017-2020 wordt opgenomen in het beleidsplan van het fonds.

    In de deelsessie 'podiumkunsten' opperden de deelnemers dat uitgerekend een fonds durfkapitaal moet hebben, en experimenten en onderzoeken waarbij de uitkomst onzeker is, moet financieren. Ook in de game-industrie stootte men op het obstakel dat bedrijven en afnemers niet genoeg risico's durven nemen bij de ontwikkeling van artistieke games. Tenslotte kwam de looptijd van 24 maanden van een project ter sprake als een hindernis in de sessie 'platforms'. Sommige onderzoeken nemen nu eenmaal meer tijd in beslag, meenden de deelnemers.

    Educatie
    De vraag naar nauwere samenwerkingsverbanden tussen onderwijsinstellingen en het fonds bleek groot. Volgens het publiek liggen hier nog veel kansen om kennis uit te wisselen wat een verdere ontwikkeling voor beide sectoren kan impliceren. Het Stimuleringsfonds kan echter op formele gronden geen educatieve projecten ondersteunen. Daarbij is het budget van het fonds beperkt toereikend om subsidies te verlenen aan projecten in kader van een opleiding. Dit behoort niet tot de kerntaken van het fonds. Het publiek reageerde hierop terughoudend en merkte op dat bijgevolg een potentieel deel aanvragers tussen wal en schip valt.

    Afronding
    Na afloop van de sessies koppelden de gespreksleiders de belangrijkste conclusies terug aan het publiek. De betrokkenheid van de deelnemers bij ieder onderwerp was groot, evenals de feedback. De verscheidenheid aan invalshoeken en disciplines tonen de breedte van het werkterrein digitale cultuur, wat onder de deelnemers als sterkte werd beschouwd. Tijmen Schep sloot de dag af met een eindreflectie waarin hij nogmaals het belang, de potentie en de vitaliteit van de sector benadrukte.

    Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie organiseert tweejaarlijks een publieke evaluatie. De volgende editie staat gepland voor 2018. Volg het nieuws over digitale cultuur bij het Stimuleringsfonds en meld je aan voor de nieuwsbrief.

  • Videoregistratie
    Deel 1: Inleiding door Janny Rodermond; Projectpresentaties door Floris Kaayk, Matthias Oostrik, Driessens en Verstappen en Monobanda; Reflectie door Tijmen Schep.

    Deel 2: Terugkoppeling van de deelsessies; Rondvraag en afsluitende reflectie door Joris van Ballegooijen, Margriet Schavemaker en Tijmen Schep.