<
actueel / nieuws
  • Bart Reuser mengt zich in discussie

Verslag bijeenkomst In-Between Interiors

29 september 2015

De vraag naar vernieuwende interieurconcepten groeit. Ter stimulering, opheldering en bespreking van wat 'de emancipatie van het vakgebied' wordt genoemd, organiseerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie op 20 oktober tijdens Dutch Design Week 2015 in MU een discussie met verschillende interieurontwerpers en -opleidingen. Hierbij passeerde verschillende vragen de revue: Hoe tackel je de complexiteit van de praktijk? Hoe werk je multidisciplinair en hoe doe je dat ook nog eens maatschappelijk verantwoord? Hoe kom je tot vernieuwende concepten?

Auteurs: Mark Kanters en Loes Veldpaus

Als inleiding stelt Janny Rodermond, directeur van het Stimuleringsfonds, dat de vernieuwing binnen de interieurarchitectuur niet achter kan blijven op de toekomst. De rol van de interieurontwerper in de collectieve opgave, zoals nieuwe woon- en werkvormen en publieke interieurs binnen zorg en onderwijs, is volgens haar nog te zwak.

De gebruiker creëert
'Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor het interieurontwerp?' Die vraag werd in deze bijeenkomst tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven direct ter discussie gesteld. Met een onpraktische opstelling van banken daagde de installatie Collective (Ir)rationalities van studio KNOL de deelnemers uit om een actieve houding aan te nemen in het ontwerpen van zijn of haar omgeving. Echter, met respect voor het ontwerp, ging iedereen in eerste instantie gewoon zitten. Pas na een expliciete uitnodiging om de banken naar eigen inzicht te hergroeperen, kwam de groep in beweging.

Generositeit
Bruno Vermeersch bijt de spits af, en positioneert het ontwerp als einddoel. Hij benadrukt vooral de autonome denkkracht van de ontwerper. Vermeersch beroept zich op de generositeit van het ontwerp als middel voor vooruitgang. De ontwerper is hierbij naast vormgever ook de curator van de ruimte – die rol kan zowel in de invulling worden gezocht, als in het bewust programmeren van leegte. Direct komt de wedervraag uit het publiek, is een 'af' beeld wel zo genereus? Een mooie opzet voor interieurarchitect Eline Strijkers. Zij gebruikt het ontwerp meer als een middel, of methode, om antwoord te zoeken op maatschappelijke vraagstukken. Hierbij staan thema's als sociaal engagement, circulaire economie en duurzaamheid centraal. De nieuwbouwopgave in Nederland zal volgens haar teruglopen naar 1% van het totaal aan opgaven. Door het in kaart brengen van leegstand en het aandragen van strategieën voor verdichting of nieuw programma kan de interieurontwerper zelf een actieve rol spelen bij het initiëren van nieuwsoortige opgaven. Werk aan de winkel voor de interieurarchitecten dus!

Strategieën
Bij complexe opdrachten gaat het steeds vaker om het aandragen van een transformatiestrategie, en niet om het maken van een kant en klaar ontwerp. Met strategieën kan een interieurontwerper niet alleen zijn of haar toegevoegde waarde aantonen, maar ook sociaal-maatschappelijke meerwaarde creëren en onderwerpen agenderen. Het vak lijkt zo te worden opgespannen tussen de autonome denkkracht van de ontwerper, en de verbindende rol in ontwerpprocessen en het creëren van maatschappelijk draagvlak.

Competenties
Welke competenties moet een interieurontwerper dan beheersen? Dit is niet alleen een vraag aan de opleidingen, maar raakt aan de kern van het vak, het is moeilijk te isoleren. De pitches van Dirk Osinga, Lizanne Dirkx, en Sjoerd ter Borg laten zien hoe ze het vak vanuit verschillende invalshoeken bevragen. Dirk Osinga bouwt samen met Jurgen Bey aan speculatieve ontwerpscenario's voor de toekomst van het middelbaar beroepsonderwijs gedacht vanuit de werkplaats en vakmanschap in de 21e eeuw. Lizanne Dirkx stelt juist voor om een project te ontwikkelen vanuit het leggen van slimme verbindingen tussen lokale product- en processtromen. De pitch van Sjoerd ter Borg laat zien dat ook vanuit de literatuur, met narratieve elementen een nieuwe toekomst voor oude gebouwen en terreinen kan worden geënsceneerd. Een ding is duidelijk, de interieurontwerper moet verschillende instrumenten en methoden durven inzetten. Een schrijfproces kan net zo verhelderend werken als een ontwerpproces.

Masteropleidingen
Hoe sluiten de opleidingen aan op de praktijk? Er lijkt overeenstemming te bestaan over het feit dat studenten moeten leren als ontwerper zelf de vraag te kunnen (her)formuleren en articuleren. Sinds 2010 zijn er verschillende masteropleidingen voor interieurarchitectuur gestart. Deze jonge masters hebben een eigen profiel. Daarmee oefenen ze uiteraard invloed uit op de ontwikkeling en positionering van het vak. Arlette Kerkhof, hoofd van de master Interieur aan de HKU, legt uit dat zij de samenwerking met opdrachtgevers opzoeken, om die verhouding uit te diepen. Aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht stuurt Josef Bischofs aan op een onderzoekende en reflecterende houding. Dit moet leiden tot het ontwikkelen van een autobiografie van de ruimte en de ontwerper zelf. Voor beide geldt: goed luisteren, reflecteren en de opgave bevragen, dit zijn de competenties die moeten worden ontwikkeld. Hoewel de gemiddelde kennis van het vak hoger is dan ooit , lopen volgens de meeste aanwezigen de opdrachtgevers hierop achter. Steeds geldt, dat het scherpstellen van de vraag met verschillende methoden kan. Bruno Vermeersch ontwikkelde hiervoor het 50 minutes project dat wordt ingezet binnen de Masters of Form aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Vanuit de zaal vult Jurgen Bey, directeur van het Sandberg Instituut, aan dat de praktijk moet aansluiten bij de opleidingen. Op de nieuwe generatie, die juist op de praktijk vooruit dient te lopen.

Emancipatie
Draait het wel om de emancipatie van het vakgebied? Waar het de een zorgen baart dat het steeds moeilijker wordt om het vakgebied te definiëren, omschrijft de ander het juist liever als een verbreding van het vakgebied. De meeste aanwezigen pleiten voor meer diversiteit waarbij de competenties van de interieurontwerper relevant zijn voor uiteenlopende opgaven. Grotere vraagstukken aansnijden kan in samenwerking met andere ontwerpdisciplines, maar bijvoorbeeld ook met sociologen, bewegingswetenschappers psychologen en schrijvers. De uitdaging ligt dan wellicht ook niet zozeer in de emancipatie, of in het verheffen van innovatie uit de private sector naar collectieve opgaven. Juist in de integratie ligt perspectief, collectieve thema's openbreken met een private opgave, of het inzetten van instrumenten en methoden uit andere vakgebieden en het benaderen van de opgave vanuit de totaalbeleving van de gebruiker. De vraag is wellicht eerder hoe de interieurontwerper meerwaarde kan creëren binnen de nieuwe context, waarin de rolverdeling tussen gebruiker, opdrachtgever en ontwerper steeds opnieuw wordt gedefinieerd. Er is veel vrijheid om zelf een opgave te (her) formuleren, verschillende perspectieven te verkennen, en nieuw instrumentarium in te zetten.

Vervolg
Het Stimuleringsfonds neemt de benoemde thema's, zoals het creëren van ruimte voor experimenten in samenwerkingen, methodieken en opgaven, mee in haar verkenning van ondersteuningsmogelijkheden van interieurprojecten. Daarnaast onderzoekt het fonds vormen van samenwerking, bijvoorbeeld met de masters interieurarchitectuur.


Videoregistratie: Citytv

Fotografie: Hanneke Wetzer
  • Bruno Vermeersch in gesprek met moderator Valentijn Byvanck

  • Foto rechts: Sjoerd ter Borg geeft zijn pitch