<
actueel / nieuws
  • Presentatie Stijn Roodnat (LABEL/BREED)

Verslag bijeenkomst Label Me

11 oktober 2015

Hoe de keten tussen ontwerpers, opdrachtgeverschap en productie te versterken? Dit was de vraag die centraal stond in de bijeenkomst Label Me - Succes- en faalfactoren van designlabels die het Stimuleringsfonds op 19 oktober tijdens de DDW 2015 organiseerde. Aanleiding voor dit debat is een pilotproject van het fonds dat de inzet had zowel de ontwerppraktijk als het opdrachtgeverschap te professionaliseren. De samenwerking tussen beide partijen verloopt vaak nog moeizaam; van beide kanten hoorden we vandaag hun verhaal.

Door: Sophia Zürcher

'We hoeven geen hiep hoi voor design te roepen. Dit is een expertmeeting: we zitten bij elkaar om slimmer te worden en daar hoort kritische reflectie bij', luidt moderator Lucas Verweij de bijeenkomst op 19 oktober 2015 in het Eindhovense MU in. Achter hem staan glazen objecten, gemaakt door Jesse Howard in het kader van een pilotproject van het Stimuleringsfonds. Eva Roolker van het fonds legt uit wat het doel was van dit project: de schakels tussen ontwerpers en opdrachtgevers versterken want 'van Nederlandse ontwerpers wordt wel gezegd dat ze heel sterk zijn in ontwerpconcepten, maar dat de vertaling naar productie, distributie en verkoop nog moeizaam verloopt'. Deze eerste maandagochtend van de Dutch Design Week blikken we terug op de samenwerkingen tussen partijen die, laten we wel wezen, toch heel anders denken.

De waarde van samenwerking
Het kostte bijvoorbeeld soms overtuigingskracht om producenten aan het project te verbinden; Projectleider Bas van Beek kwam zelfs opdrachtgevers tegen die 'hoog design' wantrouwden. Van Beek nam de rol van mediator op zich tussen ontwerper en opdrachtgever. Het Stimuleringsfonds organiseerde bijvoorbeeld busreizen voor ontwerpers naar fabrieken om te laten zien hoe ze er werken. Van Beek wilde zo voorkomen dat ontwerpers hun voorstellen 'over de schutting gooien zonder ooit met de opdrachtgever te hebben gesproken'. Jan Tichelaar (voormalig directeur Tichelaar Makkum) vertelt later tijdens de bijeenkomst dat hij inderdaad wekelijks zulke voorstellen kreeg. Hij vindt dat ontwerpers te klein denken als ze voltooide voorstellen insturen die ze gereproduceerd willen zien: 'Een ontwerper heeft een veel grotere zeggingskracht voor een ondernemer.' Sterker nog, misschien is de samenwerking wel belangrijker dan het product.

Zo'n samenwerking tussen producent en ontwerper kan een win-win situatie zijn. Stijn Roodnat geeft daarvan veel voorbeelden. Hij nam geen deel aan het pilotproject, maar doet als medeoprichter van LABEL/BREED wel aan een soortgelijke manier van matchmaking (het grootste verschil is dat zijn label door samenwerkingen een collectie wil opbouwen). De fabriek Lovink ging door de ideeën van Demakersvan bijvoorbeeld met andere ogen naar hun productieproces kijken, en Enkev heeft mede dankzij Christien Meindertsma nieuwe materialen ontwikkeld. Roodnat is erg enthousiast over de samenwerkingen die leidden tot mooie prototypen. Het knelpunt zit tot nu toe in het vervolg. 'We hebben wel gemerkt dat we te optimistisch waren hoe snel een product op de markt kan komen,' aldus Roodnat. 'Er gaat bijvoorbeeld toch nog behoorlijk wat engineering in het realiseren van een productiemal zitten.'

Inhoudelijk succes, financiële mislukking
Idealen en praktijk lopen vaker ongelijk, ook wat betreft de markt. Jan Tichelaar vertegenwoordigt het perspectief van de opdrachtgever en kondigt omineus aan dat zijn presentatie gaat over 'succes en het gebrek daaraan'. De samenwerkingen tussen zijn keramiekbedrijf en vormgevers leidde weliswaar tot nieuwe kennis en kunde (bijvoorbeeld, dankzij een vraag van Studio Job heeft het bedrijf geleerd hoe het porselein kan persen), mooie artistieke producten en ook tot 'een halve kilometer positieve publicaties'. Maar de omzet woog niet op tegen de inspanningen en ontwikkelingskosten. Design is een tussenstap gebleken; Tichelaar Makkum is overgestapt naar samenwerkingen met de architectuursector.

Onnozel?
Zo komt het toch steeds weer neer op geld. Het woord 'onnozelheid' valt in die context geregeld. Het stoorde Tichelaar dat ontwerpers geen idee lijken te hebben hoeveel het kost om een product te distribueren. Iets meer empathie zou wenselijk zijn. Van Beek vertelt ook over een ander soort onnozelheid; de ontwerpers hadden meer gebruik moeten maken van de coaches die door het Stimuleringsfonds beschikbaar waren gesteld om feedback op ontwerpen te geven. De meeste coaches werden niet geraadpleegd, volgens Van Beek omdat veel ontwerpers meenden zelf wel genoeg te weten. Een houding die hij stuitend vond. Moderator Verweij vraagt zich af of het beter zou werken als ontwerpers zelf hun coach kunnen kiezen, wie weet is er dan meer chemie? Maar van Beek werpt tegen dat je aan jaknikkers niets hebt als een ontwerp wil aanscherpen, hijzelf zocht als ontwerper altijd naar mensen die een andere visie hadden dan hijzelf. Hij concludeert terugblikkend dat 'naar elkaar luisteren' een probleem is geweest in deze pilot. Wie net binnenvalt bij deze kritische opmerkingen over ontwerpers, zou haast denken dat het project mislukt is. Gelukkig noemt Boaz Cohen van BCXSY de samenwerking met MD (Michiel Drijver) 'een geweldige ervaring'. Thomas Linssen van House of Thol wil ook benadrukken dat hij veel heeft veel geleerd, wél interessante gesprekken had met de coach en fijne besprekingen met opdrachtgever Pols Potten had over bijvoorbeeld produceerbaarheid. 'Wij zijn van begin tot eind heel enthousiast geweest over het project.'

Beleidsvraag
De moderator stuurt tegen het einde van de bijeenkomst de discussie behendig richting de beleidsvraag: moet een semioverheidsinstelling als het Stimuleringsfonds deze rol van matchmaker eigenlijk wel nastreven? Verweij vraagt de zaal of dit programma van cultuurcenten betaald moet worden, of is dit meer een rol voor de Kamer van Koophandel, MKB of EZ? Een echte liberale visie op het ontwerp vanuit de zaal blijft uit. Een van de coaches, Christoph Seyferth antwoordt luidt en duidelijk dat hij het niets voor EZ vindt, 'omdat het om cultuur gaat'. Volgens Van Beek is het doel van het project om de kwaliteiten van goede ontwerpers te injecteren in de industrie. Het project draagt bij aan de avontuurlijkheid van de ontwerpen, want de opdrachtgever kan iets meer risico nemen als het fonds een deel van het bedrijfsrisico afdekt. Tichelaar oppert dat het fonds misschien beter zijn pijlen kan richten op het aanwakkeren van enthousiasme bij de producenten. Er is namelijk een disbalans; er zijn gigantisch veel ontwerpers en een beperkt aantal producenten dat bereid is om met ontwerpers te werken. 'De producent moet beter leren inzien wat een ontwerper hen kan brengen.' Want dat een samenwerking tussen ontwerper en opdrachtgever heel waardevol is, daar is iedereen het over eens. Toch een hiep hoi.

Deelnemers
Bas van Beek, projectleider Pilot Productontwikkeling
Boaz Cohen, ontwerper Pilotproject Productontwikkeling
Stijn Roodnat, LABEL/BREED
Eva Roolker, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
Christoph Seyferth, coach Pilot Productontwikkeling
Jan Tichelaar, voormalig directeur Tichelaar Makkum
Lucas Verweij, moderator

Vervolg
De inzichten die vandaag met het publiek werden gedeeld, worden door het fonds gebruikt voor het optimaliseren van de ondersteuningsmogelijkheden voor ontwerpers en opdrachtgevers. Het versterken van de schakels tussen ontwerp en productie blijft een belangrijk thema in de komende beleidsperiode.

Bekijk hier de registratie van de bijeenkomst. Registratie: Citytv



Fotografie: Hanneke Wetzer
  • Moderator Lucas Verweij in gesprek met Stijn Roodnat

  • Presentatie van Jan Tichelaar, voormalig directeur Tichelaar Makkum

  • Bas van Beek, projectleider van de Pilot Productontwikkeling

  • Presentatie ontwerper Boaz Cohen over zijn samenwerking met DutZ