<
actueel / nieuws

Verslag bijeenkomst Proeftuin Eindhoven

29 september 2015

Vernieuwen met beleid

Stadslabs poppen op in steeds meer steden, mede met steun van het Stimuleringsfonds. Samen met het VPRO Medialab en Baltan Laboratories organiseerde het fonds op 23 oktober tijdens de Dutch Design Week 2015 een debat met vertegenwoordigers van de labs, bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Zijn de stadslaboranten autonome game changers of moeten hun experimenten passen in het overheidsbeleid? Hoe kunnen bottom-up en top-down elkaar vinden, helpen en de weg wijzen? Geert-Jan Bogaerts van het VPRO Medialab vroeg het aan 7 panelleden in het debat Proeftuin Eindhoven.

Verslag: Willemijn de Jonge

Het MU waar het debat plaatsvindt is voor de gelegenheid door de designers van Studio KNOL toepasselijk ingericht als ruimtelijk experiment. De aanwezigen balanceren op blauwe foamblokken, die vandaag voor het eerst deze week in een logische opstelling staan – van laag naar hoog. Als ze andersom hadden gestaan, zoals eerder deze week, waren de aanwezigen dan aan het schuiven gegaan? Gezien de aard van het publiek is dat niet onwaarschijnlijk. Dit is een groep bij wie experimenteren in het bloed zit. Dit zijn de mensen uit stads-, fab- en medialabs die gewend zijn grenzen op te rekken door de dingen anders dan anders aan te pakken.

Vorig jaar organiseerde het Stimuleringsfonds een eerste Open Oproep voor het opzetten van stadslabs: plekken waar iedereen met een goed idee voor zijn woonomgeving terecht kan. Platforms waar verbindingen worden gelegd tussen partijen die iets voor elkaar kunnen betekenen, waar op een nieuwe manier wordt nagedacht over maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken. Ze kregen 89 aanvragen waarvan er 17 subsidie kregen. Een jaar later, tijdens het vijfde en laatste debat van het Stimuleringsfonds op de Dutch Design Week gaat het over hoe bottom-up en top-down elkaar kunnen vinden, helpen en de weg wijzen.

Regisseursrol
Hoe verhouden spontane burgerinitiatieven en grassroots-projecten zich tot wat de overheid voor een stad in petto heeft? Moeten stadslabs passen in het beleid dat de overheid uitzet? En moeten overheden hierin een regisserende rol nemen of moeten zij de stadslabs juist zoveel mogelijk met rust laten en bezien waar dat toe leidt? Er blijkt op dit punt consensus te bestaan tussen de aanwezige ambtenaren en stadslaboranten. “Terughoudend maar faciliterend” luidt het devies. De labs moeten de ruimte krijgen om met vernieuwende concepten aan de slag te gaan. Een te sturend optreden van de overheid zou die ruimte kunnen inperken en daarmee vernieuwing in de weg staan.

Het Imec, het 'technologielab' voor micro-elektronica in Leuven, wordt daarentegen als geslaagd voorbeeld genoemd waarbij de Belgische overheid juist wel stevig heeft gestuurd en mede daardoor een internationaal succes is geworden. Toch zou deze klassieke aanpak niet werken voor de Nederlandse stadslabs, zeggen de panelleden Ton van Gool van de Stichting Cultuur Eindhoven en Koen Snoeckx van Baltan Laboratories. Men is hier niet wars van regie, maar wel met mate. Eindhoven mag heus af en toe op haar strepen gaan staan, en kiezen wie ze wel en niet willen ondersteunen, zegt Snoeckx, wiens lab overigens wel gesteund wordt door de gemeente.

Stad, provincie en land
De volgende vraag voor een nieuw panel is in hoeverre de stadslabs ook moeten passen in het regionale of landelijke beleid. Frans van Dooremalen, directeur van het Brabant C Fonds, praat vanuit de provincie. Zijns inziens moet je als overheid een netwerk bouwen over de steden heen en is coördinatie wenselijk om te voorkomen dat elke stad exact hetzelfde ontwikkelt. Maar als regionale overheid heeft het weinig zin plannen te gaan maken op dit gebied zegt hij: “Onze rol is vooral die van katalyseren en aanjagen.”

Hermineke van Bockxmeer, directeur van Media & Creatieve Industrie van OCW, ziet de overheid ook vooral als facilitator. En die rol kan op alle niveaus gespeeld worden. “Het begint niet per se landelijk of lokaal, maar je ziet wel dat er op een natuurlijke manier clusters ontstaan.” Ze noemt Utrecht/Hilversum als mediaregio, Arnhem als modestad, Amsterdam als hoofdstad van gaming. En ze wijst op de trend die zich hier in Eindhoven op de DDW steeds duidelijker manifesteert: “De creatieve sector is in staat om nieuwe oplossingen te bedenken voor maatschappelijke problemen. Die kracht wordt wel steeds meer gezien, maar dat verhaal wordt nog niet goed genoeg verteld. Wellicht kan het VPRO Medialab hier op Strijp S daar een mooie rol in spelen.”

Storytelling
Het vertellen van het juiste verhaal is een terugkerend thema tijdens het debat. Veel van het succes van deze nieuwe samenwerkingen staat of valt bij storytelling, bevestigt digital storyteller Jonathan Marks, die als criticus reageert op de geponeerde stellingen. Hij benadrukt het enorme potentieel van de creatieve sector – in Eindhoven maar ook in Nederland als geheel. Maar hoe goed we ook zijn in design en in vruchtbare cross-overs met de andere topsectoren, we zijn volgens Marks matige storytellers. “We zouden ons veel meer moeten concentreren op het uitdragen van onze kennis en kunde door aansprekende en informatieve verhalen te vertellen,” aldus Marks. “Niet voortdurend reclame maken over 'wat' we hebben gedaan, maar meer ingaan op het hoe en waarom. Ook in het buitenland zal men geïnteresseerd zijn in die kennis en willen weten hoe je niet 'voor' maar 'met' het publiek kunt samenwerken.”

Ondanks de kritische noot is Marks optimistisch. Hij treft in Nederland steeds meer mensen die de taal van informele groepen begrijpen en van daaruit de vertaalslag kunnen maken naar de overheid, het bedrijfsleven en het onderwijs. De creatieve sector kan volgens hem een rol spelen bij het vinden en stimuleren van “verklarende talenten”. Een leerpunt voor alle aanwezigen, dat nog eens wordt benadrukt door de directeur van het Stimuleringsfonds Janny Rodermond: investeer in het op orde krijgen van je verhaal, richt je daarmee niet alleen tot de stad, de provincie of het land, maar ook tot het buitenland. Pas als je anderen kunt raken en overtuigen met je verhaal, kunnen stadslabs meer worden dan speldenprikken op de kaart.

Natuurlijke ecosystemen
Tot slot wordt gepraat over de aansluiting van stadslabs bij een andere belangrijke speler in het maatschappelijk domein: het onderwijs. Zo vindt Ben Veld, van het Fontys FutureMediaLab dat het onderwijs de labs actief moet benaderen. Daar worden immers relevante vragen gesteld waarmee studenten aan de slag kunnen. Het FutureMediaLab heeft om die reden de handen ineen geslagen met Baltan Laboratories, STRP Biennale en het VPRO Medialab; deze stadslabs voeden de studenten van Fontys nu met onderzoeksonderwerpen.

De rode draad door de discussie heen is dat er gaandeweg als vanzelf – al dan niet met overheidssteun – nieuwe ecosystemen ontstaan waarin de verschillende actoren hun eigen plek vinden en claimen. En dat kost nou eenmaal tijd: in het bedrijfsleven hebben innovaties zo'n 10 tot 20 jaar nodig om rendabel te worden. Zo hebben de stadslabs ook baat bij beleidsmatige consistentie, geduld en lange termijn keuzes. Ondertussen zullen alle experimentele labs ongetwijfeld hun eigen koers blijven varen in de innovatiecyclus. Sander Lieftink, directeur van TMC en Founded by All, heeft op dat punt nog een Darwinistisch advies voor de laboranten in de zaal: “It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent; it is the one that is most adaptable to change.”

Debat: Proeftuin Eindhoven
Datum: 23 oktober 2015

Deelnemers:

Hermineke van Bockxmeer, Ministerie van OCW
Geert-Jan Bogaerts, VPRO Medialab
Samantha Castano, VPRO Medialab
Frans van Dooremalen, Brabant C Fonds
Ton van Gool, Stichting Cultuur Eindhoven
Harmke de Groot, Holst Centre
Sander Lieftink, TMC + Founded by All
Jonathan Marks, Critical Distance
René Paré, MAD emergent art center
Janny Rodermond, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie
Koen Snoeckx, Baltan Laboratories
Ben Veld, Fontys FutureMediaLab

Vervolg
Het VPRO Medialab is een van de 17 stadslabs die het Stimuleringsfonds in 2015 heeft ondersteund. Op dit moment is er een nieuwe Open Oproep voor stadslabs actief; voorstellen kunnen tot 8 december a.s. worden ingezonden en hebben betrekking op ondersteuning in het jaar 2016. De stadslabs maken deel uit van een groeiend netwerk, waarin kennis en ervaring worden uitgewisseld. Het Stimuleringsfonds faciliteert dit netwerk door de stadslabs tijdens werkbijeenkomsten met elkaar in contact te brengen. Ontwikkelde kennis over werkwijzen, methodieken en resultaten delen wij bovendien op een digitaal platform dat begin januari online zal gaan. De stadslabs worden ondersteund vanuit het AARO programma Innovatieve Vormen van Opdrachtgeverschap, waarin veranderende rollen van ontwerpers, marktpartijen, instellingen en overheden in het proces van stad maken worden onderzocht.


Videoregistratie: Citytv

Fotografie: Hanneke Wetzer
  • Samantha Castano en Ben Veld

  • Hermineke van Bockxmeer en Frans van Dooremalen

  • Janny Rodermond

  • René Paré

  • Ton van Gool