<
actueel / nieuws
  • Foto: Max van Kneefel

Verslag Get involved: Experimenteren in creatieve labs

09 november 2016

Je hebt innovatielabs, makerspaces, werkplaatsen, stadslabs. Vrijplaatsen waar geëxperimenteerd wordt zonder directe productiedwang duiken over al op: in de stadsontwikkeling, het onderwijs, de (ouderen)zorg, de technologie. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie organiseerde op 25 oktober tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven een debat tussen de creatieve labs. Om zo'n experiment aan te gaan is lef nodig, maar het levert ook veel op, bleek uit de discussie. 'Succes laat zich beloven, niet plannen'

Verslag door Marijke Bovens

De setting was apart. Letterlijk in het hart van een rozegetinte tentoonstelling over lust en verlangen in het MU-gebouw, verzamelden zich de deelnemers aan de werksessie Experimenteren in creatieve labs van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. 'Do try this at home'. 'Get involved'. Van alle kanten wordt de bezoekers van de Dutch Design Week toegeroepen om vooral mee te doen, mee te denken.
Dat is precies het motto van menig creatief lab. Bijvoorbeeld van het stadslab Lentekracht in Nijmegen dat inwoners en gemeentebestuur verbindt, van het Textiellab in Tilburg dat multidisciplinair en ambachtelijk zoekt naar innovatieve verwerking van stoffen, en van een kunstacademie als de Jan van Eyck, die de deuren van de werkplaatsen opent voor bezoekers. Drie voorbeelden van vrije werk- en denkplekken die elk op eigen wijze de weg afleggen van experiment tot eindresultaat. Een weg waarbij het opbouwen van een netwerk van groot belang is.

Burgertop van duizend man
Stadslab Lentekracht, een initiatief van het gelijknamige ontwerpbureau, vertelt Lisanne van Kuppevelt, wil dat zoveel mogelijk Nijmegenaren meedenken over hun stad, ook de 'unusual suspects', de mensen die zich achter hun voordeur verschansen. Via de open oproep 'Creëer zelf iets' kwamen de Nijmegenaren volop met ideeën om het fietsen in de stad aantrekkelijker te maken. De top 3: een automaat voor fietslampjes op het station, een groene golf voor fietsers en een fietsbioscoop. Ook organiseerde Lentekracht een G1000, een burgertop waarop duizend Nijmegenaren samen spraken over de stad.

  • Foto: Max van Kneefel


  • Niet weten is lastig
    Ook de experimenteerruimte van ontwerpster Samira Boon is ingebed in het netwerk van het Textiellab, gelieerd aan het Tilburgs Textielmuseum. Als ontwerpster, vertelt Samira, moet zij veel schakelen. Zij is net zo goed regisseur als ontwikkelaar. Haar onderzoek richt zich op het inzetten van textiel als drager in dynamische architectuur. Voor het Theater Tilburg ontwierp zij de Caterpillar, die binnenkort geplaatst wordt. Om ook een intieme sfeer te creëren als de zaal van 700 man niet geheel is uitverkocht, heeft Samira samen met het Textiellab een constructie ontwikkeld, die de leegte flexibel kan 'opvullen'.
    De weg van een vrij experiment tot min of meer commercieel product trekt best een wissel op het lab (25 medewerkers en 25 vrijwilligers), vertelt directeur Hebe Verstappen. Experimenteren is vooral niet weten. Niet weten welke garens je nodig zult hebben of welke machinebouwers je moet benaderen. Maar, zegt zij, als je het proces tijd en ruimte geeft levert het ook veel moois op. Zoals de rups van Samira.
    'Laat ons een jaar klooien', vult directeur Dick Rijken van muziekwerkplaats STEIM vanuit de zaal aan, 'dat zeg ik tegen de gemeente. Succes laat zich beloven. Ik weet niet precies wat, maar er komt iets.'

    Verbonden eilanden
    'Je netwerk kan nooit groot genoeg zijn', stelt Huib Haye van de Werf, hoofd labs van de Jan van Eyckacademie in Maastricht. 'Wij zijn een eiland en het is belangrijk voor ons om verbonden te blijven met andere eilanden en continenten.' De academie heeft uitstekende werkplaatsen (Printlab, bibliotheek, multimedialab, hout- en metaallab) waar de cultural producers die gedurende twaalf maanden een van de 37 studio's betrekken, gebruik van kunnen maken. De werkplaatshoofden beschikken over ongekende netwerken, zegt Huib, en ook de studieadviseurs brengen eigen verbindingen mee. Daar boven op heeft de nieuwe directeur de deuren naar de buitenwereld verder geopend door 'buitenstaanders' deels toe te laten tot de werkplaatsen. 'De Van Eyck is meer dan beeldende kunst, we hopen volgend jaar op botanisten en biologen die de nieuwe werkplaats, een kas in de tuin, gaan benutten.'
  • Foto: Max van Kneefel


  • Ouderwets is actueel
    De Jan van Eyck drijft op vakmanschap om zich te vernieuwen en het opmerkelijke is dat ook het Textiellab benadrukt hoe belangrijk 'het oor van de wever' is bij de innovatieve projecten. 'Het ambacht zit in het lichaam van de vakman', zegt Hebe.
    In zekere zin gebruikt ook Lisanne van stadslab Lentekracht een analoog middel (een vragenlijst) om burgerinitiatieven een impuls te geven: De impactmeter. Maar wel eentje met een twist: deze meet het effect van een initiatief niet pas aan het einde, maar al tijdens het proces, en zorgt er zo voor dat op het oog bescheiden initiatieven, zoals een buurtbarbecue, waardering krijgen. Omdat blijkt dat deze zoveel meer teweeg brengen in een wijk, in termen van sociale cohesie bijvoorbeeld.
    Nog zo'n 'ouderwets' woord maar wel hoogst actueel: toewijding. Cruciaal noemt debatleider en ervaringsdeskundige Frank Kresin van de Waag Society, het commitment van het team en van de personen die niet rusten tot het resultaat bereikt is. Elk lab is een proces van geïnspireerd worden en inspireren, waar hele mooie innovaties uit kunnen voortkomen die zich op voorhand moeilijk laten voorspellen.
    Dat maakt ieder lab uniek.

    Verslaglegging van het hele werkproces is daarom ook zeer interessant voor andere stadslabs, die zo van elkaars ervaringen kunnen leren. Het delen van opgedane kennis – bijvoorbeeld via open source, zoals het Textiellab doet, of via open dagen die de Jan van Eyck houdt voor een breed publiek – is van groot belang voor een bredere impact van de experimenten. Maar ook reflectie van de stadslabs op hun werkwijze, overwegingen en keuzes zorgt voor verdieping. Het Stimuleringsfonds ondersteunt die kennisuitwisseling op verschillende manieren. Het fonds verzamelt nu de ervaringen en kennis van de stadslabs uit de eerste twee rondes van de Open Oproep. Informatie over deze stadslabs en hun activiteiten, plus verslagen van eerdere debatten en bijeenkomsten met en over stadslabs zijn te vinden op de kennispagina urbanisatie. Begin volgend jaar komt er een uitgebreide publicatie over de ervaringen opgedaan met stadslabs. En voor nu: tot 16 november 2016 kun je je nog inschrijven voor de derde ronde Open Oproep Stadslabs.

    Do's-and don'ts
    • Bereik zoveel mogelijk mensen; je netwerk kan nooit groot genoeg zijn
    • Zoek de randjes op, ga van de gebaande paden af
    • Wees alert op bijvangst, die kan zeer waardevol zijn
    • Maak ruimte voor outsiders
    • Zorg dat je niet verdwaalt in de systeemwereld
    • Rust niet tot het resultaat er is
  • Foto: Max van Kneefel