<
actueel / nieuws

Verslag On Second Thoughts: Reflecteren op ontwerp

09 november 2016

Tijdens het debat op maandagochtend 24 oktober bood het Stimuleringsfonds podium aan 'vijf aanjagers van ontwerpkritiek' om met het publiek te reflecteren op de toekomst van kritiek. De mogelijkheden van alternatieve vormen van kritiek worden kort aangestipt: het kan interactiever, sensueler, zintuiglijker. Toch is kritiek niet alleen te vinden in recensies en het eenrichtingsverkeer van het geschreven woord. Tegenwoordig is kritiek inherent aan een ontwerppraktijk. Makers combineren het eigen kritisch denken met externe kritiek om tot betere oplossingen te komen. Supplychain management, verdienmodellen en maatschappelijke impact zijn belangrijke onderwerpen.

Van designkritiek naar ontwerpreflectie
Verslag door Vincent van Velsen

Sophie Krier, die de ochtend modereerde, begon bij het creëren van een historische context. En wel bij de etymologische basis van het woord kritiek, zijnde het Griekse krinein: (be)oordelen en besluiten. De in het publiek aanwezige Sonja van der Valk (Domein voor Kunstkritiek) gaf een beknopte historiografie van kritiek zoals we dat nu kennen: vanuit de reflectie en beschouwing die tijdens de Verlichting ontstond tot aan de hedendaagse institutionalisering en academische studies (literatuur-, theater-, kunstwetenschappen). Zij stelt dat de kritiek haar hoogtepunt in de jaren 80 en 90 had en sinds een jaar of vijftien in constante crises verkeert, omdat kritiek zich nog niet adequaat heeft weten aan te passen aan de huidige vraag vanuit het publieke domein en de ontwerpdisciplines.

Wat betreft de verwachtingen van het gezelschap van de ochtend werd meteen de behoefte geuit om de veelvuldige misvatting, dat kritiek alleen streng en negatief is, recht te zetten. Er zit juist veel plezier in het schrijven van kritiek en het is een leerproces; voor zowel schrijver als het subject. Daarnaast was men benieuwd naar de meerwaarde van het spreken over kritiek in een multidisciplinaire context. Samen met de sprekers ging Krier op zoek naar onderlinge verbanden en gedeelde ambities.

Ontwerp is overal
Ontwerper, onderzoeker en schrijver Anne Seghers beschrijft haar ideale architectuurkritiek als verder kijkend dan de oplevering en het uiterlijk van een gebouw: 'het richt zich op gebruik, de functionaliteit, ruimtelijke context, tijdsgeest en maatschappelijke betekenis.' Daarom is het belangrijk uit te zoomen en vanuit een gebouw te kijken naar grotere tendensen en het krachtenveld van betrokken stakeholders. Uitzoomen betekent ook terug kijken: na twintig jaar een woonwijk of groter project kritisch onder de loep nemen, zoals zij zelf nu doet met Vinex en naoorlogse wijkvernieuwing. Critici kijken graag alleen naar de ontwerpelite, maar zouden betrokken en geïnteresseerde aanjagers van een breed gedragen gesprek moeten zijn. Vanuit betrokkenheid met de stad kan een schrijver relevant zijn voor professionals én bewoners. Architectuur is meer dan Ludwig Mies van der Rohe en Rem Koolhaas. Praxis, Gamma en Karwei hebben een grotere invloed op onze dagelijkse levens. Deze mening wordt gedeeld door Peter Bilak - grafisch ontwerper, schrijver en redacteur en oprichter van Works That Work - Magazine of Unexpected Creativity. 'Design is overal, niet alleen op de beurzen van Milaan, Helsinki of Eindhoven'. De artikelen in Works That Work beschrijven 'andere plekken, geschreven door andere stemmen'. De lezers leveren zelf content en advies dat resulteert in een inclusief verhaal over de sociale impact van design voor een breed publiek. Ook richt Bilak zich op de onzichtbare onderdelen van het ontwerpproces zoals distributienetwerken en geldstromen. Het magazine wordt direct betaald en verspreid door een betrokken community van lezers, zonder tussenkomst van adverteerders of distributeurs.

  • Ontwerper, onderzoeker en schrijver Anne Seghers beschrijft haar ideale architectuurkritiek. Foto: Max van Kneefel


  • Dirty Design
    Voor Marjanne van Helvert zijn de politieke dimensies en consequenties van ontwerp belangrijk. 'Ontwerpers moeten niet slechts produceren en verkopen, maar ook bewust zijn van het maakproces, nadenken over de potentiële duurzaamheid en sociale verandering door middel van het ontwerp'. Van Helvert is ontwerper en schrijver van The Responsible Object en initiatiefnemer van het symposium Design History for the Future dat tijdens de DDW plaatsvond. Deze 'makende denker en denkende maker' schreef het Dirty Design Manifesto dat in gaat op de hedendaagse verhouding tussen uiterlijk en herkomst, connotaties en betekenis van een object. In haar praktijk ondervraagt ze enerzijds de onwetendheid en onverschilligheid van de consument en anderzijds stelt ze het proces van waardetoekenning aan de kaak.
  • Marjanne van Helvert over haar publicatie The Responsible Object. Foto: Max van Kneefel


  • Interactieve stad en maatschappij
    Sociaal maatschappelijke vraagstukken zijn ook leidend in het werk van Kars Alfrink en Samira Ben Laloua. Waarbij interactieve vormen een middel zijn om deze vraagstukken te agenderen. In zijn games onderzoekt Alfrink hoe mensen technologie kritisch gebruiken en gezamenlijk iets kunnen bewerkstelligen. Voor de game en interaction designer en oprichter van Hubub en Leapfrog.nl zijn de New Games van de jaren '70 een belangrijke inspiratie en referentie. Hier was de speler belangrijker dan het spel en bestond er verregaande openheid in het mogelijke verloop. Improvisatie en gezamenlijk tot nieuwe dingen komen is voor Alfrink essentieel. Zelf reflecteert hij middels het maakproces; en focust daarmee op het proces binnen de publieke ruimte, spel en activisme. Met de geschreven regels (software) als basis kunnen interactie en ongeschreven regels worden onderzocht vanuit verschillende perspectieven.

    Het off- en online magazine Extra Extra houdt zich bezig met erotiek in de stad en werd opgericht door Samira Ben Laloua. Juist in de harde stedelijke omgeving wil Ben Laloua op een zachte en interactieve wijze mensen samenbrengen, met erotiek als onderwerp en gemene deler. Op haar digitale platform kan de bezoeker rondlopen op de website, continu doorklikken en middels tags en links navigeren, om zo tot nieuwe en onverwachte ontmoetingen te komen. Het is een minder rigide vorm dan het bijbehorende magazine, dat een eigen tactiele waarde en ervaring heeft. Bij de vraag welke mogelijkheden zij nog ziet voor het agenderen van hetzelfde thema en in hoeverre afstand bewaard kan worden bij zo'n intiem onderwerp, antwoordt Ben Laloua: 'de mogelijkheden zijn eindeloos, de horizon oneindig en de afstand is er niet.'

    Levendig discours
    Niet zozeer de geschreven kritiek stond ter discussie, maar de manier waarop kritiek bedreven kan worden en fungeert binnen een praktijk. Ontwerpkritiek lijkt tegenwoordig een integraal onderdeel van de ontwerppraktijk, waarvoor geen traditionele definitie wordt gehanteerd voor vernieuwende en hybride vormen. Uit het publiek rees de vraag waar de criticus is gebleven. Aan het woord waren met name 'reflective practitioners'. Betekent het dat designkritiek verschoven is naar ontwerpreflectie?

    Het Stimuleringsfonds ziet de meerwaarde in het aanjagen van deze discussie om de positie van ontwerpkritiek te versterken. Mede door het organiseren van deze ochtendsessie beoogt het Stimuleringsfonds de ontwikkelingen op het gebied van kritiek, reflectie en beschouwing binnen de ontwerpdisciplines te bevorderen. De focus ligt op wat ontwerpkritiek kan zijn, in de vorm van een professie en als inherent onderdeel van een praktijk en met aandacht voor meerstemmigheid. Een levendig discours zet aan tot denken over de waarde en betekenis van ontwerp binnen de maatschappij te (kunnen) benoemen en duiden. Ook in de toekomst werkt het Stimuleringsfonds aan deze onderwerpen.
  • Moderator Sophie Krier in gesprek met publiek. Foto: Max van Kneefel