<
actueel / nieuws
  • Foto: Max van Kneefel

Verslag Practice, practice, practice: Professionaliseren van de ontwerppraktijk

09 november 2016

In de afgelopen jaren is professionalisering steeds hoger op de agenda komen te staan, maar wat is de noodzaak ervan en wat houdt het in? Op woensdag 26 oktober organiseerde het Stimuleringsfonds tijdens de Dutch Design Week een ochtendsessie over professionalisering, waarin ontwerpers en een panel van experts en ondersteunende instituten aan het woord kwamen, onder leiding van moderator Femke Dekker.

Verslag door Rosa te Velde

Met een krap budget zijn de mogelijkheden om ontwerpers te ondersteunen vanuit de overheid gering. Het ideale uitgangspunt is dat de ontwerpers slechts voor bijzondere gelegenheden subsidie hoeven aan te vragen. Het is dus noodzakelijk dat zij een zelfvoorzienende en stabiele praktijk hebben, maar wat bij veel ontwerpers ontbreekt is een langetermijnvisie. Voor een duurzame, professionele ontwerppraktijk moet bovendien de relatie tussen experiment en vrije ruimte enerzijds en de markt anderzijds in balans zijn. Uitwisseling met vakgenoten en het presenteren van eigen werk aan publiek zijn daarbij van belang. Dat is de theorie over professionalisering volgens het fonds, maar hoe ziet de praktijk eruit?

Roel van Herpt
In de eerste presentatie van de bijeenkomst vertelt Roel van Herpt over zijn strategie- en brandingbureau Agency Agency. Naast individuele begeleiding – zoals aan ontwerper Jólan van der Wiel – geeft hij ook les op academies, om studenten te helpen zich te presenteren en te profileren. Van Herpt onderscheidt twee tendensen: academies besteden ofwel veel aandacht aan bijvoorbeeld marketing en ondernemerschap ofwel geen aandacht. Hij benadrukt echter dat een succesvolle ontwerppraktijk niet alleen moet worden opgevat in termen van marketing of branding en dat deze nooit zonder een sterke creatieve visie kan. Juist het samenspel van creativiteit, een goed businessplan en een heldere communicatiestrategie zorgt voor professionalisering. Maar, zo stelt Van Herpt, het gaat altijd om maatwerk, want iedere ontwerppraktijk is uniek.

Mattijs van Bergen
Modeontwerper Mattijs van Bergen ontwierp tot eind 2014 volledige collecties voor verschillende seizoenen, zoals gebruikelijk is binnen de internationale modewereld. Hoewel hij veel aandacht kreeg en succes had, moest hij desondanks noodgedwongen zijn faillissement aanvragen. Na zijn doorstart besloot hij kleinschaliger te werken en zich uitsluitend nog te richten op Nederland. Dankzij de goede naam die hij had opgebouwd kreeg hij twee belangrijke opdrachten uit onverwachtse hoek die hem ook in staat stelden om een eigen lijn op te zetten, bestaande uit slechts één collectie die niet gebonden is aan seizoenen. De praktijk van Van Bergen is hiermee in verschillende opzichten zelfstandiger geworden: 'Met deze werkwijze hoef ik niet de vraag te volgen, maar kan ik de vraag zelf sturen.' Hij raadt iedereen af om meteen na de academie zijn of haar eigen praktijk op te zetten. Madeleine van Lennep (BNO) beaamt dat het verstandig is om eerst voor een andere studio of label te werken, om daar 'het vallen en opstaan' te leren.

  • Foto: Max van Kneefel


  • Studio Van Eijk & Van der Lubbe
    Nadenken over het creëren van stabiele condities is niet voorbehouden aan een ontwerper die helemaal aan het begin van zijn carrière staat. Ook Studio Van Eijk & Van der Lubbe gooide het roer twee jaar geleden om. Na bijna twintig jaar veel in opdracht te hebben gewerkt, besloten zij om, onder begeleiding van verschillende coaches, hun praktijk anders in te richten. Minder stress, minder in opdracht en minder ad hoc werken was hun wens. Zelf succesvol opdrachten initiëren gaat nu steeds beter, ook omdat de studio een groot netwerk heeft opgebouwd in al die jaren. Maar volgens Mirjam van der Lubbe moet je daar zelf actief naar op zoek gaan: 'Je moet zeker niet naast de telefoon gaan zitten wachten totdat die gaat.' Ook moet je soms zelf een plek creëren waar je eigen werk kunt tonen: Van Eijk & Van der Lubbe waren de grondleggers van de Dutch Design Week.

    Marleen Engbersen
    Netwerken is ook het advies van Marleen Engbersen (zakelijk adviseur). Volgens haar is het belangrijk om veel te sparren, informatie te delen en relaties op te bouwen om zo je creativiteit aan te scherpen maar ook werkplezier en succes te vergroten: 'de fun- en gunfactor zijn belangrijk'.

    Volgens Engbersen zijn creatieve mensen erg kwetsbaar. Ze weten misschien veel van ontwerpen, maar vaak minder van financiën. Financieel en juridisch advies zijn dus essentieel. Ook bij Studio Van Eijk & Van der Lubbe gaat elk contract nog altijd langs de BNO voor een check. 'Dat kan zo maar een paar duizend euro schelen.'

    Alle sprekers zijn het erover eens dat ontwerpers harde keuzes moeten maken en zichzelf moeten profileren. Dat zijn de voorwaarden om meer stabiliteit en zelfstandigheid te bereiken. Daarnaast is een netwerk essentieel, evenzeer als het durven delen en het vragen van informatie.
  • Foto: Max van Kneefel


  • Ondersteuning
    Op welke manier kunnen organisaties, zoals het Stimuleringsfonds, ontwerpers nog beter ondersteunen in hun professionele ontwikkeling? Kristel Casander van Voordekunst noemt dat begeleiding bij het opzetten van een succesvolle crowdfundingsactie een goede aanvulling zou kunnen zijn, bijvoorbeeld door ontwerpers te ondersteunen in de ontwikkeling van een overtuigende communicatiestrategie. Engbersen en Van Lennep zouden beiden graag zien dat de kennis en ondersteuning die er bij de verschillende partijen is in de ondersteuning van ontwerpers, beter op elkaar worden afgestemd. Volgens hen ligt er een taak bij het fonds om, nog meer dan nu al gebeurt, in te zetten op internationalisering, want ook dat is van belang voor het proces van professionalisering. Daarnaast zou volgens Van Herpt het langetermijndenken meer aandacht moeten krijgen bij ontwerpers. Een visie die het fonds deelt en die het stimuleert met uitwisseling tussen vakgenoten en sessies over cultureel ondernemen.
  • Foto: Max van Kneefel

  • Foto: Max van Kneefel

  • Foto: Max van Kneefel