Zorg

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie houdt zich al lange tijd bezig met het thema zorg. Het doel is het verbeteren van de kwaliteit van de zorg- en leefomgeving door de inzet van ontwerpers. Op deze pagina vindt u de opgedane kennis uit ondersteunde projecten. Lees hier meer over de achtergrond, het budget en de werkwijzen van het programma Zorghuisvesting.

Aanmelden nieuwsbrief
Op de hoogte blijven? Meld u hier aan voor de speciale nieuwsbrief over zorg, die het fonds enkele keren per jaar verstuurd.

contact

Mail het projectteam Zorg:
Jetske van Oosten
Nazanin Hedayati
of bel: +31 (0) 10 4361600

<
Zorg

Anders denken in de jeugdzorg

28 oktober 2019

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie houdt zich al lange tijd bezig met het thema zorg en maakt zich hard voor de inzet van ontwerpers voor het verbeteren van de zorg- en de leefomgeving. In een drieluik schetst journalist Piet-Hein Peeters een beeld van wat ontwerpers in zorgvraagstukken kunnen betekenen. In dit eerste deel: ontwerpen voor de jeugdzorg.

In Amsterdam werken jeugdzorg en ontwerpers aan een plek waar jonge mensen met meer en minder problemen samenleven. 'Zonder de onderlinge chemie was dit campusidee er niet geweest.'

'Weggewerkt op de lelijkste plek van Amsterdam, tegen de A2, strik erom, fiks het maar', zo omschrijft directeur Frederique Coelman de locatie van De Koppeling, een instelling voor gesloten jeugdzorg in Amsterdam, onderdeel van Spirit. 'Kinderen hebben hier het gevoel dat ze worden opgesloten. Ze ervaren deze plek als een straf, terwijl ze juist voor hun bescherming komen. Deze plek zou een keerpunt in hun leven moeten zijn.'
Met steun van het Stimuleringsfonds werken NL Architects, Garage 2020, Fakton en Urban Framework samen met Spirit nu aan de herontwikkeling van De Koppeling. Inzet: een 'natuurlijke' leefomgeving creëren voor de zorgbehoevende jongeren en deze locatie 'op de lelijkste plek van Amsterdam' verbouwen tot een plek waar zij samenleven met bijvoorbeeld studenten, ofwel een campus waar jonge mensen elkaar steunen in het leven.

In een gezamenlijk overleg begin mei presenteert Gabriele Aguirrezabal, ontwerper bij Garage 2020, een aantal ideeën om de onderlinge contacten tussen bewoners van de beoogde campus te stimuleren. Het gaat over een boom in één van de gezamenlijke ruimtes waarin lampen hangen waardoor je kunt zien wie er wel en niet is. Over een lamp bij je eigen kamer die aangeeft dat je eten over hebt. Het laten stoppen van de lift zodat mensen met elkaar in gesprek raken. Het stimuleren van 'fysical movement', en over een gezamenlijke meditatieruimte. Het zijn ideeën die niet per se praktijk hoeven te worden, maar die in deze fase van het project richting geven en gesprek maken over wat de verschillende partijen beogen. De 'healing environment waar inclusie iets vanzelfsprekends is', zoals Frederique Coelman het noemt.
De nieuwe campus draait dus niet om de zestig jongeren die jeugdzorg krijgen. Het gaat, zo wordt ook in het overleg diverse keren benadrukt, om de 240 huurders van kamers in een gebouw waaronder zestig jonge mensen die professionele ondersteuning nodig hebben om hun leven vorm te geven. Sterker nog, zo klinkt het, ook die 180 andere huurders kunnen ongetwijfeld soms advies en begeleiding gebruiken. En waarom zou dan een door het leven gepokte en gemazelde 'jeugdzorg' jongere niet kunnen helpen?

'Voor zorgvraagstukken hoef je niet per se de oplossing in de zorg te zoeken'


Monique de Wilde is de door Spirit ingehuurde projectleider voor de ontwikkeling van de campus op de plek waar nu De Koppeling huist. De Wilde vertelt hoe in het project verschillende behoeften bij elkaar komen. 'Spirit heeft te maken met een afgelegen gebouw dat met de verplaatsing van jongeren naar kleinschaliger voorzieningen elders in de stad langzaam leeg raakte. Maar we zien ook dat jongeren met een jeugdzorgverleden moeilijk aan een plek komen om te wonen en soms een terugval hebben. Bovendien is de woningmarkt in Amsterdam krap, daar lopen vrijwel alle jongeren tegenaan.'
Zie daar de logica achter het campusidee: verschillende groepen jonge mensen, in dezelfde levensfase, bij elkaar. De Wilde: 'De betrokken ontwerpers komen met ideeën die de zorg zelf niet heeft. Hoe je met de inrichting van een gebouw ontmoeting en zichtbaarheid creëert en hoe de fysieke omgeving kan bijdragen aan inclusie.'

inclusie versus veiligheid
Hoewel inclusiviteit door alle partijen als kernambitie wordt onderschreven, blijkt gedurende de sessie begin mei bij NL Architects dat het ideaal ook discussie oproept. De aanwezige professionals van Spirit bepleiten dat de zestig 'jeugdzorg'-huurders op de campus een eigen, afsluitbare huiskamer krijgen, voor gesprek en behandeling. De spanning tussen inclusie en veiligheid speelt op. Niet vreemd natuurlijk. Die zestig jongeren maakten al een hoop mee in hun leven, denk aan huiselijk geweld en ontwrichte gezinnen. Ze hebben verstandelijke en/of psychische problematiek en zijn 'op weg naar zelfstandigheid' zoals Koppeling-directeur Frederique Coelman het noemt. Kwartiermaker Monique de Wilde: 'Er wordt door buitenstaanders vaak naïef over de problemen van deze jongeren gedacht. Het gaat veel verder dan een verkeerde opvoeding.'
De inbreng van de op de bijeenkomst bij NL Architects aanwezige Spirit-professionals roept onmiddellijk reacties op van de ontwerpers. Een af te sluiten, 'eigen' ruimte staat haaks op de visie achter de campus. De 180 andere huurders worden bovendien 'streng' geselecteerd. En één op de veertig daarvan zal een 'community builder' zijn, daarvoor training krijgen en 'lichte' betaling, en dus de beoogde inclusie mee vorm kunnen geven.
Frederique Coelman later: 'Gezien de afgesproken ambitie zou ik zeggen dat het ondenkbaar is dat er een afgesloten ruimte komt voor 'onze' jongeren. Iedereen krijgt min of meer dezelfde woonunit, deelt dezelfde voorzieningen, heeft hetzelfde contract.' Groepen van elkaar afsluiten is de oude manier van denken, zegt ze. 'Dat willen we loslaten, daar kunnen mensen uit andere werkvelden, zoals ontwerpers, ons bij helpen.' En ja, beaamt ze, dat is wennen. Voor iedereen.

niemand kan het alleen
Voor Dominique Rethans, vanuit Urban Frameworks als procesarchitect betrokken bij de ontwikkeling van de 'meervoudige businesscase' voor de campus, is de onderlinge wrijving tussen alle betrokken partijen een gegeven. Hij werkt in dit project nauw samen met Robert van Ieperen van Fakton die de vastgoedopgave 'overziet'. Discussies, zelfs kortstondige spanning tussen zo verschillende professionals horen erbij. Rethans: 'Ik probeer er als procesarchitect voor te zorgen dat je met z'n allen niet te snel in een trechter komt die vervolgens tevens de koers bepaalt voor de 'zachtere' onderwerpen waarvoor die trechter niet wenselijk is. Dat bijvoorbeeld de vastgoedopgave niet op het verkeerde moment sturend wordt voor de definitie van de ambities van de zorg. Maar ook dat de zorgorganisatie haar ambitie scherp formuleert en daaraan vasthoudt en helder blijft in haar boodschap naar andere partijen. Dat is niet vanzelfsprekend.'
Rethans wil de 'kwalitatieve' vraag zo lang mogelijk op tafel te houden, werkt aan synergie, zodat betrokken partijen 'samen beter' worden. 'We zitten met alle partijen in een proces waarvan je weet dat meerdere variabelen een rol spelen. Meerdere ambities, stijlen van denken, beperkingen door deadlines en financiën. Die probeer ik in balans te houden.' Projectcollega en kwartiermaker Monique de Wilde noemt dat 'zorgen dat het karakter van het experiment overeind blijft'. Het liefst wordt er volgens haar zo veel mogelijk op het laatste moment ingevuld, of helemaal niet. Rethans ziet echter ook dat de afgesproken gelijkwaardigheid van alle partners een risico vormt. 'Je kunt nieuwe kwaliteiten pas in samenhang ontwikkelen als je samen goed vastlegt wat je vertrekpunt is, welke keuzes je onderweg maakt en welke zaken onderling afhankelijk van elkaar zijn. Er zijn in dit soort trajecten altijd overstijgende belangen die niet vanzelfsprekend worden vertegenwoordigd door de individuele stakeholders. Dat is voor iedereen uitdagend.'

Maar al dat gewrijf, al dat gebalanceer is de moeite waard. Koppeling-directeur Frederique Coelman: 'Ons beginpunt was dat je voor zorgvraagstukken niet per se de oplossing in de zorg hoeft te zoeken. Het hele idee van de campus is echt het resultaat van het bijeenbrengen van verschillende perspectieven. Architecten, ontwerpers, vormgevers, vastgoedexperts, jeugdzorg. De wisselwerking tussen de fysieke omgeving en jongeren wordt bijvoorbeeld door professionals in de jeugdzorg nog wel eens over het hoofd gezien.' Ze benadrukt dat geen van die partijen het alleen had kunnen doen. 'Zonder de onderlinge chemie was het campusidee er niet geweest.'

Tekst: Piet-Hein Peeters